Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de optimaten zich nauw aan elkander aansloten, wanneer de senaat, steunende op de wet, de macht handhaafde, hem door de staatsregeling toegekend. Doch de adel wist dan alleen van eendrachtige samenwerking, wanneer er sprake was van samen te spannen tegen de wet. Zoodra zijne partij bovendreef, poogden enkele eerzuchtigen zich boven de overigen te verheffen en zich van de alleenheerschappij meester te maken, terwijl zij hierbij door hunne bloedverwanten en door de cliënten hunner familie ondersteund werden. Zij schroomden niet, ook revolutionnaire middelen aan te wenden, hun steun bij den grooten hoop te zoeken en met de hulp van het gemeen, die zij door beloften van allerlei aard koopen moesten, de heerschappij van den adel in hun eigen belang te ondermijnen.

Een belangrijke binnenlandsche strijd ontbranddde na Sulla's dood te Rome, een strijd, die voor alle volgende geslachten hoogst leerzame wenken aanbiedt. We zien de door middel van geweld gestichte heerschappij des adels te gronde gaan, maar zij wordt niet vernietigd door toedoen van het volk, dat ten gevolge van zijne diepe verbastering niet meer in staal was krachtig voor zijne vrijheid te strijden, neen! hier vertoont zich, zij het ook in andere vormen, hetzelfde verschijnsel, waarop wij reeds bij bet verhalen van de Grieksche geschiedenis de aandacht vestigden De adel berooft zich zelf van zijne macht door het misbruik, dat bij van zijne heerschappij maakt. De stoutmoedige eerzucht van enkelen vindt ondersteuning bij bet volk. Hel gebouw der republiek stort ineen.

Het tijdperk, dat tusschen Sulla's dood en de vestiging van het keizerrijk verliep, geeft ons niet langer de onderlinge worsteling der verschillende standen, maar den strijd van bijzondere personen om de alleenheerschappij te aanschouwen, een strijd, waarbij zij van de tusschen de verschillende standen bestaande tweespalt partij trokken, om met de hulp hunner partij de overwinning te behalen.

Onder de eerzuchtige mannen, die bijna terstond na Sulla's dood naar de alleenheerschappij streefden, trekt de 28jarige Cnejus Pompejus het meest onze aandacht. Hij was een man van een voortrefïelijken aanleg naar lichaam en naar geest, doch hoewel Sulla zelf hem den vleienden bijnaam »deGroote" gegeven bad, toch over bet geheel geen groot man, noch uitstekend in hel goede, noch volleerd in het kwade. Sterk en gezond, een voortreffelijk ruiter, een dapper soldaat, een voorzichtig en onverschrokken veldheer, stond hij bij liet leger in boog aanzien, terwijl zijn rijkdom en bet geluk, dat al zijne pogingen bekroonde, hem in de oogen der burgerij verhieven. Daar hij minder slecht was dan de ontaarde adel van zijn tijd, ging hij voor deugdzaam door; dewijl hij niet zoo wreed was als de overige veldheeren, noemde men hem menschlievend en edelmoedig, hoewel bij zijne hand menigmaal met bloedbevlekte, hoewel hij. gelijk onze lezers zich herinneren, niet geschroomd had, zijn voormaligen beschermer en weldoener, Papirius Carbo, voor zijne oogen in koelen bloede te laten ombrengen.

Pompejus werd beheerscht door eene onbegrensde verwaandheid, door de vaste overtuiging, dat hij een groot man was. Hij bad zich niemand minder dan Alexander den Grooten ten voorbeeld gesteld. Zijne eerzucht drong hein, om zich boven zijns gelijken te verhellen, maar het ontbrak hem aan dien onversaagden en vastberaden moed en aan die alle bezwaren overwinnende geestkracht, welke iemand in tijden van omwenteling alleen duurzame voordeden kunnen verzekeren.

De gevaarlijkste mededinger van Pompejus was in dien lijd Marcus Licinius Crassus, de rijkste man te Rome. Crassus had zijne schatten op de schandelijkste wijze samengeraapt, doch dit deed noch bij den zedeloozen adel, noch bij het verbasterde volk eenige afbreuk aan zijn aanzien. Op alle mogelijke wijzen trachtte hij zich te bevoordeelen bij de verkoopingen van de goederen der ballingen, op last van Sulla gehouden. Men beschuldigde hem,

Sluiten