Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viel met onnoemelijke schatten den overwinnaar in handen. Deze was zelfs in staat daaruit de oorlogskosten te betalen en behoefde dus de Romeinsche schatkist daarvoor niet aan te spreken.

De door Tigranes onder het juk gebrachte vorsten en volken onderwierpen zich na deze schitterende zegepraal zonder slag of stoot aan de Romeinen; ook Tigranes zou toen wellicht reeds om vrede gesmeekt hebben, indien niet Mithridates alle middelen der overreding aangewend had om hem van zulk een stap terug te houden. De grijze koning sprak zijn schoonzoon moed in en spoorde hem aan orn den strijd vol te houden, daar nog niets verloren was. Ook tot den koning der Parthen, Phraates geheeten, wendde hij zich, om hem tot het sluiten van een verbond tegen de Romeinen over te halen. Hij verklaarde in zijn brief, dat de Partben om den wil hunner eigen veiligheid naar de wapens moesten grijpen, dewijl de Romeinen nooit aan de grenzen van Parthië stand houden, maar zonder twijfel, na de verovering van Pontus en Armenië, ook hun rijk aantasten zouden.

Alle pogingen van Mithridates waren echter vergeefsch, want ook Lucullus trachtte een" verbond met de Partben te sluiten en, ofschoon Tigranes zich bereid verklaarde om aan Phraates de op Parthië veroverde landen terug te geven, wilde de laatste toch liever onzijdig blijven en op die wijze deze gewesten van de Romeinen terug ontvangen.

Lucullus wilde zijn zegetocht verder voortzetten. om Tigranes in het hart van zijn rijk aan te tasten; hij drong in de hoogvlakten van Armenië door, doch hier heerschte de winter reeds met alle strengheid. De aan eene warmer luchtstreek gewende Italiaansche soldaten morden, toen zij langs de sneeuwvelden moesten trekken; bet gerucht verbreidde zich onder hen. dat Lucullus hen in geheel onbekende landen tegen de Parthen aanvoeren wilde. De troepen sloegen aan het muiten en weigerden verder te trekken.

Lucullus moest zwichten. Hij gaf bevel tot den terugtocht. Doch door dit toegeven was hij toch niet in staat de algemeene ontevredenheid te doen bedaren. Hoewel de soldaten in de stad Nisibis in Mesopotamië. welke zij veroverden, een aangenaam winterkwartier en overvloed van levensmiddelen vonden, toch groeide met eiken dag hun misnoegen aan, hetwelk telkens gevoed werd door Publius Clodius, des veldheers zwager, die alle mogelijke pogingen in het werk stelde om het leger tegen Lucullus op te zetten. Dikwijls sprak hij de soldaten toe. luj roemde het lot der krijgslieden, die door Pompejus aangevoerd werden, schetste in gloeiende trekken de vrijheid, dooide eersten genoten, en beklaagde hen over de slavernij. waarin zij zuchtten. Lucullus bevond zich in een hoogst moeilijken toestand, want terzelfder tijd begon zijn gesternte ook in de hoofdstad der republiek te tanen. De volbloed aristocraat was bij de democratische partij altijd gehaat geweest; in weerwil zijner overwinningen zonden zij hem gaarne van het oorlogstooneel verwijderd hebben. De democratische volksleiders gaven breed op van de willekeurige wijze, waarop hij den oorlog verklaard had, daar hij tot den veldtocht tegen Ti»ranes "eene machtiging van den senaat had ontvangen; zij klaagden hem aan vanwege zijne schraapzucht en konden hem dan ook met \olle recht verwijlen, dat hij zich met de schatten van Azië op de buitensporigste wijze verrijkt had. Ten gevolge van dit alles kon Lucullus na al zijne overwinningen op geene ondersteuning in zijne vaderstad rekenen.

Mithridates liet zulk een gelukkigen samenloop van omstandigheden niet ongebruikt voorbijgaan; aan het hoofd zijns legers drong hij liet koninkrijk Pontus binnen, veroverde zijn vroeger grondgebied benevens een deel van Cappadocië en had in de lente van 07 bijna zijne gansche vroegere macht herwonnen.

De voordeelen, door Mithridates behaald, gaven den tegenstanders van Lucullus te Rome nieuwe wapens in handen. Op voorstel van den volkstribuun Aulus Gabinius werd de consul Glabrio in plaats van Lucullus tol opperbevelhebber in Azië benoemd en bepaald, dat de oude soldaten van

Sluiten