Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou aansluiten, trok hij met deze macht naar Corfinium. om hier Caesar op te houden.

Den 14» Februari bereikte deze genoemde plaats. Onvermoeid en zegevierend was lnj door Noord- en Middel-Italië voorwaarts gerukt, overal hadden zich nieuwe troepen bij hem aangesloten, zoodat hij reeds aan het hoofd stond van 40,000 man. De legerafdeeling onder Lucius Domitius schaarde zich insgelijks onder zijne vanen.

Corfinium moest zwichten. De overgeloopen soldaten werden bij Caesars leger ingedeeld, terwijl den hoofdlieden vergund werd ongedeerd af te trekken om zich weder tot Pompejus te begeven. Vol moed rukte Caesar naar Apulië op, in de hoop aldaar zijn tegenstander de nederlaag toe te brengen- doch dit was anders bepaald.

Pompejus had besloten, den strijd niet in Italië te voeren; zijn plan was zich naar Griekenland te begeven, daar de rijke hulpbronnen der oostelijke provinciën in zijn belang aan te wenden, een machtig leger te verzamelen en met behulp der vloot de Italiaansche kust te blokkeeren, om Caesar binnen Rome door gebrek aan proviand tot het uiterste te brengen. Reeds had hij 25,000 man bijeen met deze krijgsmacht trok hij ijlings naar Brundisium op en ging te scheep van bier naar Epirus. Hoezeer Caesar zijn tocht naar Brundisium verhaastte, het mocht hem echter niet gelukken op den rechten tijd aan te komen, om de inscheping te beletten.

In twee maanden tijds was Caesar meester van Italië; thans kwam het er slechts op aan, het gewonnene te behouden. Bovenal moest het zijn streven zijn. het wantrouwen der burgers weg .te nemen en hen te overtuigen, dal hunne vrees, als zou hij naar het voorbeeld van zijn oom Marius zijne vijanden met tijgerwoede vervolgen, ongegrond was. Van hel oogenblik dat de burgeroorlog een begin bad genomen, door bet overtrekken van den Rubico, had'hij er zich op toegelegd de strengste tucht onder zijne troepen te handhaven en zich jegens al zijne vijanden zachtaardig en edelmoedig te betoonen. Reeds toen hij bezit nam van de eerste stad in Italië, Ariminum, gaf bij daarvan een doorslaand bewijs; de soldaten moesten ongewapend de stad binnentrekken ten einde builen de gelegenheid te zijn om den inwoners eenig leed te doen.' hyen verschoonend behandelde hij alle Italiaansche steden, zelfs die welke zijne verklaarde vijanden waren. Te Corfinium bad hij den vijandelijken aanvoerders niet alleen het leven en de vrijheid geschonken, maar hun zelfs veroorloofd, zich weder bij het leger van Pompejus te voegen. Hun werd zelfs toegestaan, hun bijzonder eigendom mede te nemen, ja aan Labienus, die voorzeker Caesars ontevredenheid het meest had gaande gemaakt, werd het achtergelaten geld en goed in de vijandelijke legerplaats nagezonden.'

Indien Caesar hoopte door zulk eene zachtmoedigheid de optimatische partij met zich te verzoenen, had bij zich bedrogen; de overwonnenen werden integendeel des te vijandiger gestemd, en lieten geene gelegenheid ongebruikt, om bun haat tegen den overwinnaar openlijk aan den dag te legden.

Allen, die te Rome achtergebleven waren, zagen met schrik de wederkomst van Pompejus te gemoet. Met reden waren zij bevreesd voor de bedreiging, dat zij, na de overwinning, bloot zouden slaan aan de vervol <>iii" van de zijde der adellijken.

Het kon niet anders, of zulke bedreigingen moesten, vooral met het oo" op Caesars verschoonende goedheid, een overwegenden invloed uitoefenen op de stemming van een groot deel der burgerij, en dit nog te meer, naardien alle plaltelandssteden den veroveraar van Gallië als het ware vergoodden. Al bleef te Rome de groote massa der burgerij hem vijandig gezind, tocli vreesde men hem minder dan Pompejus en diens aanhang, want men was verzekerd, dat de optimaten naar wraak dorstten.

Langzamerhand verzamelde de senaat zich weer binnen Rome's murenal waren ook ongeveer 200 senatoren met Pompejus naar Griekenland ge-

Sluiten