Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slag bij Actium en zijne gevolgen.

aan dezen, maar aan Cieopatra de oorlog zou worden verklaard. Greep Antonius ten gevolge hiervan naar de wapenen; welnu, dan streed hij voor de Egyptische koningin tegen het Romeinsche volk, en dal hij dit doen zou, was zoo goed als zeker, want de senaat beleedigde hem op het grievendst, door hem terzelfder tijd van al zijne ambten te ontzetten.

De oorlog was onvermijdelijk, de strijd tusschen de twee machtigste mannen van Rome om de alleenheerschappij op het punt van te ontbranden.

Ook thans stond, evenals in den strijd tusschen Caesar en Pompejtis. het westelijk gedeelte van hel wereldrijk tegenover het oosten onder de wapens. Antonius had eene reusachtige krijgsmacht bijeengebracht; zijn leger was talrijker dan dal, waarover Octavianus kon beschikken, zijne vloot sterker en beter uitgerust. Hierbij kwam nog, dat er in Ralië eene nieuwe belasting moest geheven worden, om de uitrusting van vloot en leger te bekostigen, en dat ten gevolge hiervan een oproer uitbrak, hetwelk Octavianus niet dan met veel moeite dempen kon.

Had Antonius nog dezelfde geestkracht bezeten, die hem in vroeger jaren eigen was, had hij leger en vloot zonder dralen naar Ralië gevoerd en daar den strijd begonnen, dan zou hij Octavianus hebben verrast, eer deze zijne krijgstoerustingen ten einde had gebracht, en hoogstwaarschijnlijk de overwinning behaald hebben. Maar niets van dit alles geschiedde. Antonius, die door zijn losbandig leven ontzenuwd was. draalde met hel beginnen van den strijd. Te Patrae, waar hij zijne winterkwartieren opsloeg, leidde bij een weelderig leven en hierdoor liet hij Octavianus den tijd om zijne toerustingen te voltooien.

In het voorjaar van 31 slak deze met zijn leger en zijne vloot naar Griekenland over. Gedurende den zomer werd echter geen gevecht van eenige beteekenis geleverd. Uoch den 2en September 31 werd door een bloedigen zeeslag bij kaap Aclium, aan den zuidelijken ingang van den Ambracischen zeeboezem, bet lot des oorlogs beslist.

Agrippa voerde de vloot van Octavianus, Antonius zijne eigen scheepsmacht aan. Lang weifelde de kans, nog was niets beslist, toen Cieopatra eensklaps den moed verloor. Met CO Egyptische schepen verliet zij de slaglinie en zocht zij haar heil in de vlucht.

Al was de aftocht der Egyptische schepen een zware slag voor Antonius, toch was er nog niets verloren, het gevecht duurde voort, zijn dapper leger was nog niet overwonnen, nog altijd had hij zich met het uitzicht op eene eindelijke zegepraal mogen vleien, indien hij niet in onbegrijpelijke verblinding aan zich zelf' gewanhoopt had.

Cieopatra bad den vroeger zoo doortastenden man geheel betooverd, toen hij zijne geliefde vluchten zag, achtte hij zich verloren. In plaats van den strijd voort te zetten, volgde hij de vluchtende.

Uren lang duurde nog het gevecht, doch loen de scheepsbevelhebbers zagen, dat zij door hun vlootvoogd verlaten waren, gaven zij zich over. Ook hel leger werd door Octavianus opgeëischt, om zich over te geven. Zeven dagen lang weigerden de dappere soldalen; zeven dagen lang wachtten zij op de terugkomst van Antonius. Eerst toen ook hun aanvoerder Cassidius op de vlucht ging, legden zij de wapenen neder. De schandelijke vlucht van hun opperbevelhebbers noodzaakte hen om zich zonder slag of stoot over te geven.

Antonius volgde Cieopatra naar Egypte. Zijn lot was beslist. Zijne aanhangers hadden alle vertrouwen op hem verloren en kozen thans de zijde van Octavianus. Zelfs een leger, dat aan de grenzen van Egypte stond, weigerde hem gehoorzaamheid en stelde zich ter beschikking van den Romeinschen stadhouder in Afrika.

Met de wanhoop in het hart, snelde hij naar Alexandrië, waar hij zich opnieuw in een stroom van losbandig zingenot dompelde. In de bedwelming van weelderige feesten poogde hij hel gevaar, dat hem bedreigde, te vergeten.

Sluiten