Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Romeinsche natie was, wijl zij heerschen wilde over de halve wereld, geheel ongeschikt geworden om zich zelf te beheerschen; wanneer haar in de oude republikeinsche vormen slechts de schijn van zelfregeering gelaten werd, gal zij blindelings het wezen harer staatsregeling prijs. *)

Keeren wij thans tol Octavianus terug. Deze wist van dit zwak des volks partij te trekken. Hij stichtte op de grondslagen der republikeinsche staatsregeling, met behoud der oude vormen en ambten, van den senaat, de consuls, de tribunen, ja zelfs van de volksvergaderingen, eene monarchie. Tot vestiging van deze volstrekte alleenheerschappij bediende hij zich van alle middelen, die in vroegeren en lateren tijd met goeden uitslag zijn aangewend door alle gunstelingen der fortuin, die zich den weg tot den troon wisten te banen.

Den steun voor zijne heerschappij zocht hij hij het gepeupel, bij het leger, bij een slaafschen adel. die gezind was om elke willekeurige regeering te begunstigen. Het eerste werd gewonnen door het uitdeelen van geld en graan, en tevens door openbare feesten, bij welke de weelderigste overdaad werd ten toon gespreid. Het leger hield hij in bedwang, doordien hij het in eene staande krijgsmacht herschiep, de dienstjaren op 16 en 20 jaren bepaalde, en door strenge krijgswetten eene stipte tucht invoerde. De goedkeuring van den adel verwierf hij zich door het verleenen van eerambten en onderscheidingen aan de senatoren, door voor hen nieuwe posten en waardigheden in het leven te roepen.

De eigenlijke burgerij eindelijk, de vrienden van een rustig en onbezorgd leven, wist hij tevreden te stellen, door de vormen der republiek onaangetast te laten en zijn bestuur dienstbaar te maken aan het herstellen van de gestoorde rust en veiligheid, aan het bevorderen van handel en nijverheid, van wetenschap en kunst.

Was Octavianus, eer hij tot zijne tegenwoordige hoogte was gestegen, voor geene misdaad teruggedeinsd, indien zij hem tot zijn doel nader voeren kon, llians openbaarde zich eensklaps een geheele omkeer in zijn karakter. Het was zijn hoogste streven geworden, zich rechtvaardig en zachtmoedig tevens voor te doen, en zich door voorkomendheid en bescheidenheid bemind te maken.

Hij speelde zijne rol dan ook zoo meesterlijk, dat de meeste geschiedschrijvers de rechtvaardigheid van dezen voortretïelijken vorst niet genoeg kunnen opvijzelen. Huichelarij was hem zoo zeer tot eene tweede natuur geworden, dat hij. de trouwlooze, wreede, gevoellooze egoïst, de met bloedbevlekte triumvir gedurende de lange jaren zijner regeering het masker wist te dragen van een vorst, die slechts aan de belangen van zijn volk dacht, die alleen voor zijn volk leelde.

Eerst op zijn sterfbed, toen hij den dood voelde naderen, bekende hij, misschien onwillekeurig, dat hij gedurende zijn gansche leven niets anders dan een tooneelspeler geweest was. Dij liet zich een spiegel brengen, schikte voor dezen zijn kapsel in orde, liet zich de ingevallen wangen blankelten, en vroeg toen lachend aan zijne vrienden, of hij den minuis des levens goed gespeeld had. Hij wekte hen op om hem hun bijval te schenken, terwijl hij hun de slotwoorden van eene comedie toeriep: «Schenkt me uw bijval nu, gij allen, klapt in de handen tot slot".

*) De geschiedschrijvers der vrijzinnige richting schilderen de ontaarding van een volk, dat zich gewillig met den blooten schijn van macht vergenoegde en zich tevreden stelde met ledige, niets beteekenende staatsvormen, vaak met donkere kleuren; minachtend zien zij neer op de Romeinsche rcpublikeinschgezinden , die zich op deze wijze de republiek lieten ontfutselen. Doch waarlijk, zij hadden veeleer aanleiding om ootmoedig te bekennen, dat ook andere volken, en inzonderheid de Duitsche natie, na een tijdsverloop van 2010 jaren, evenals de Romeinen van den voortijd, tevreden met het instandhouden' van sommige vormen, er zich niet om bekommeren of de staatsregeling zelf ook verkracht wordt. Het is alzoo een opmerKelijk verschijnsel in de geschiedenis, dat de lotgevallen der volken eigenlijk dezelfde blijven, al nemen zij ook in den loop der verschillende eeuwen verschillende vormen aan.

Sluiten