Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan. In die dagen werden Regensburg (Regina Castra) en Auasbunr (Auausta Vindelicorum) geslicht.

Nog verder drongen de Romeinen voorwaarts; op den rechteroever van den Iser overwonnen zij de Norikers en vormden hier uit het tegenwoordige Karinthië, Stiermarken en Oostenrijk de provincie Noricum.

Oin Macedonië en Thracië te beschermen tegen de invallen der volken, die ten noorden van deze gewesten woonden, moesten ook legen deze barbaarsche stammen krijgstochten ondernomen worden. In de jaren 6—!) n. C. werd de streek, die ten noorden door den Donau begrensd wordt, het tegenwoordige zuidwestelijke Hongarije, Slavonië, Kroatië en een deel van Stiermarken en Karinthië in de provinvie Pannonia herschapen.

Doch van veel meer gewicht voor de wereldgeschiedenis dan al deze oorlogen was de strijd, welken de Romeinen onder de regeering van Augustus met de Germanen, de voorvaderen der tegenwoordige Duitschers, te voeren hadden. Eer wij tot het verhaal van dezen oorlog kunnen overgaan, moeten wij een blik op den inwendigen toestand van Duitschland werpen en onzen lezers eene vluchtige schets leveren van de zeden en leefwijze der Germanen, die weldra den Romeinen de wereldheerschappij zouden betwisten.

Het tegenwoordige Duitschland was in den ouden tijd den Romeinen slechts zeer oppervlakkig bekend. Slechts enkele koene reizigers hadden het gewaagd, door te dringen in het reusachtige, eeuwenheugende maagdelijke woud, hetwelk bijna het geheele land bedekte. Op menige plaats was het bosch letterlijk ondoordringbaar en alleen bevolkt door woudgedierte, door die dieren, welke sedert lang van den Duitschen grond verdreven zijn en in het oosten, in de wouden en steppen van Siberië, een toevluchtsoord gezocht hebben. In de Duitsche wouden leefden toen nog de grimmige beer, de oeros, de los en de eland. Geheele troepen wolven zwierven door de bosschen en langs de velden. Toen was de jacht niet eene onschadelijke uitspanning voor den man. die zich uit liefhebberij daaraan toewijdde, maar een hachelijke strijd met de verscheurende dieren; zij staalde de spieren van den ouden Germaan en verstrekte ten voorspel van den oorlog aan de knapen en jongelingen.

In den strijd tegen de beren en wolven werden de knapen reeds aan het trotseeren van zulke dreigende gevaren en aan het verduren van zulke groote ontberingen gewend, waaraan heden ternauwernood volwassen mannen liet hoofd zouden kunnen bieden. Op deze wijze groeiden zij dan ook op tot die dappere en geharde strijders, welke zoozeer de bewondering der Romeinen gaande maakten.

De oude Duitschers onderscheidden zich door hunne reusachtige gestalte. Uit hunne blauwe oogen schitterden moed en vastberadenheid, terwijl de goudgele lokken in weelderigen rijkdom op de breede schouders nedergolfden en de forsche ledematen getuigden van ontembare lichaamskracht.

Zoodra de jongeling den mannelijken leeftijd bereikt had, werd de wapenrusting hem in de volksvergadering door zijn vader of door een ander zijner naaste bloedverwanten aangegord. Thans bezat bij het recht om een eigen huisgezin te vormen, terwijl hij tot dien tijd aan de vaderlijke macht onderwerpen was geweest. Maar zoodra hij de wapenrusting dragen mocht, was hij een vrij man en gerechtigd om aan de beraadslaging over de wetten van zijn land deel te nemen.

Onder een reusachtigen eik. een aan de godheid gewijden boom, had de volksvergadering plaats; een pijl, die van huis tot huis rondgedragen werd, was het teeken, waardoor zij werd bijeengeroepen.

Van heinde en ver daagden de Germanen op, gewapend met de speer, met het hooge, smalle, met schitterende kleuren beschilderde schild, den helm, die met de hoornen van een gevelden oeros versierd was, op het hoofd, het zwaard aan de heup en eene dierenhuid om de forsche leden. Zelfs bij de beraadslaging werden de wapenen niet afgelegd, want die te mogen

Sluiten