Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van elkander onafhankelijke stammen gesplitst waren, waarvan elke stam op zich zelf machteloos was tegenover de vreemde overheerschers. Ten gevolge van den haat en den naijver, die de stammen jegens elkaar koesterden, gelukte het den Romeinen, — en hoe kon dit ook anders? — hun knellend juk op de schouderen der Duitschers te leggen, want hunne sluwe staatkunde ried hun, het vuur der tweedracht onophoudelijk aan te blazen. Aan de edelingen van bevriende stammen verleenden zij den titel van koningen; terwijl zij hen aanspoorden 0111 de oude Duitsche vrijheid te onderdrukken. Ook andere eerzuchligen werden door schitterende eerbewijzen verlokt om verraders van hun vaderland Ie worden.

Duitschland was onderdrukt, maar juist de dwingelandij der Romeinen en de minachting, waarmee zij op de overwonnelingen neerzagen, deed in de ziel van het Duitsche volk het bewustzijn zijner kracht en de behoefte aan eendrachtige samenwerking ontwaken.

Reeds was in het verre oosten van Duitschland, waar de Romeinsche adelaars zich lot dusver nog niet vertoond hadden, een krachtig en stoutmoedig man opgetreden, reeds had hij daar een Germaansch rijk. onafhankelijk van de Romeinen, geslicht.

Marbod, een aanvoerder der Markomannen (een slam van hel machtige volk der Sueven), was in de Romeinsche legerplaatsen opgegroeid, als een gunsleling van keizer Augustus, onder wiens oog hij de Romeinsche krijgskunst, de Romeinsche zeden, maar ook de Romeinsche trouweloosheid en eerzucht had leeren kennen. Hij was een dapper man van reusachtigen lichaamsbouw, vol eerzucht, vol stoule, ver reikende plannen. Uit de Romeinsche legerplaatsen naar zijn vaderland teruggekeerd, wist hij zich hier in de volksvergaderingen weldra zóó op den voorgrond te plaatsen, dat hij door zijne stamgenoolen tol legerhoofd uitgeroepen werd.

Tusschen den Main en den Neckar, onmiddellijk aan de Romeinsche grenzen, lagen de woonplaatsen der Markomannen. Marbod wist zijne landslieden Ie overtuigen. dat zij alleen ver van de Romeinen veilig zouden zijn; hij riep zijne strijdbare mannen le wapen, trok met zijne krijgsmacht naar Roheme, overwon zonder slag of stoot zoowel de inwoners van dit land als de naburige volksslammen en stichtte in het onderworpen gebied een Germaansch rijk. Dit rijk was echter niet op Germaansche. maar op Romeinsche leesl geschoeid. Hij zelf wierp zich lot onbeperkt gebieder, tot koning van hel land op; hij hield een machtig leger (70,000 man voetvolk en 4000 ruiters) op de been, en handhaafde onder zijne troepen de strengste krijgstucht. Altijd was hij door eene lijfwacht omringd; hij sloeg zijne residentie op in een slerken burg en lokte zelfs Romeinsche kooplieden naar de stad. die rondom den burg gelegen was, waar hij, met verzaking van de Oudduitsche zeden. Romeinsche zeden en gewoonten invoerde.

Met bezorgdheid zag Rome's keizer dat Germaansche rijk binnen zoo korlen tijd ontstaan en in macht en bloei toenemen. Evenals Marbod, zoo konden ook andere Germaansche legerhoofden zich aan de Romeinsche overheersching onttrekken. Dit mocht niet plaats hebben en daarom moest Marbod. hoeveel vriendschap hij tot dusver jegens Rome voorgewend had, overwonnen en onderworpen worden. Twee sterke legers werden door Augustus onder de wapenen geroepen, om naar Roheme op marsch te gaan. In het jaar (! n. Chr. trok Tiberius met 8 legioenen tegen Marbod op. Terwijl hij tot aan den Donau doordrong, rukte le gelijker lijd uit het westen (van Mainz) Sentius Saturninus mei \ legioenen voorwaarts, om zich met Tiberius te vereenigen. Marbod, die niet alleen in de krijgskunst, maar ook in de listen der Romeinen onderwezen was. wist nu in Dalmatië en Pannonië de geheele bevolking tegen de Romeinsche heerschappij in opstand te brengen; Rome moest al zijne krachten inspannen om dien opstand te onderdrukken, die voor zijne heerschappij hoogst gevaarlijk was. Indien Marbod met zijn talrijk leger

Sluiten