Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwaarlijk maakten. Menigmaal moest men zich door het dichte woud eerst een weg banen, door de reusachtige boomen om te hakken, of dammen door het moeras opwerpen en bruggen over de stroomen slaan. Meer dan één Romeinsch soldaat zonk uitgeput neder en nooit kwam hij bij hel leger terug, want weldra weergalmde hel onherbergzaam woud van zijn laatsten stervenskreet. Woeste krijgsbenden verzamelden zich rondom die achtergeblevenen en wijdden hen, als zoenolïers voor de geschonden eer van het Duitsche vaderland, aan hunne goden toe.

Overal, waar het langzaam voorttrekkende leger zich vertoonde, was het alsof het woud begon te leven. Achter het kreupelhout vertoonden zich de rossige aangezichten der Germanen; duizenden en nog eens duizenden stroomden uit alle stammen en uil alle streken van Duitschland samen. Meer dan eens kwam het tot schermutselingen, die Varus aan eene tusschen zijne Romeinsche soldalen en de Duitsche hulptroepen uitgebarsten oneenigheid toeschreef. Nog altijd was hij blind voor het verderf, dat hem als een tweesnijdend zwaard boven het hoofd hing. Hij dreigde met Romeinsche straffen, met geeselslagen, ja zelfs met den dood! Doch al zijne bedreigingen bleven zonder uitwerking. Hoe zouden ze ook eenigen indruk gemaakt hebben, daar de opstand zich reeds over geheel Duitschland uitgebreid had, daar verschillende stammen reeds enkele zwakke Romeinsche legerafdeelingen opgelicht hadden? Slechts een gering aantal der Romeinsche soldaten was krijgsgevangen gemaakt, verreweg de meesten waren zonder genade neergehouwen. Aan terugkeer viel voor de Romeinen niet meer te denken; zij moesten voorwaarts!

Onophoudelijk werden schermutselingen met de verschillende afdeelingen van het voorwaarts rukkende leger geleverd. Nu zag Varus eindelijk het gevaarlijke van zijn toestand in en hij besloot althans gedurende den nacht voor zijne veiligheid te zorgen, door op eene boschrijke hoogte eene in allerijl versterkte legerplaats op te slaan. De legioenen sloten zich nauwer aan elkander aan. Alle pakgoederen, die men niet volstrekt noodig had, werden op een grooten brandstapel geworpen en verbrand. Den volgenden morgen rukte men weder in gesloten gelederen voorwaarts.

Eene kleine strook vlak land vergunde den Romeinen gedurende korten tijd bij hun voortrukken de orde te besvaren; doch weldra strekte zich opnieuw het onafzienbare woud voor hunne oogen uit, en thans zagen de langzaam voorttrekkende soldaten zich van alle zijden aan heftige aanvallen blootgesteld.

Kolossale boomen lagen dwars over den weg en versperden den doortocht. Had de wind die stammen neergeworpen, of waren ze door de Duitschers omvergehaald? Wie kon het zeggen? Steeds langzamer werd de marsch voortgezet; het leger had in het eind schier onoverkomelijke hinderpalen uit den weg te ruimen. Tot overmaat van ramp stak een vreeselijk onweer op. De storm huilde door de takken der eeuwen heugende boomen, de stortregen plaste neer en herschiep den buitendien reeds moerassigen weg in een modderpoel, zoodat liet vermoeide voetvolk ternauwernood meer een stap voorwaarts kon zetten. De nacht viel in en weer betrok Varus eene legerplaats, doch hij was niet meer in staat zich te verschansen, daar zijne doodelijk vermoeide soldaten bijna van uitputting neervielen. De dag brak aan, een sombere, grauwe, regenachtige dag. Geen enkele zonnestraal verwarmde en verkwikte de van koude bevangen, aan eene zuidelijke luchtgesteldheid gewende soldaten. Akelig loeide de storm, maar nog akeliger weerklonk het krijgsgezang der Duitschers, die in liet woud in een wijden kring rondom de Romeinen gelegerd waren, en het weegeklag der vrouwen, die het Romeinsche leger gevolgd waren, en in doodsangst het aanbreken van den dag verbeidden.

Nauwelijks had Varus het kamp verlaten, of eensklaps verzamelden de Duitschers zich; van alle zijden drongen zij onder het aanheffen van een ijzingwekkend krijgsgeschreeuw op hunne vijanden in. De gelederen der Romeinen werden doorgebroken, de weg ter ontkoming was hun versperd.

Sluiten