Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 50 ellen daarom achterwege bleven. Nooit had het Romeinsche volk zich zoo vermaakt. Hierbij komt nog, dat de vorst menigmaal inspectie over de ridders en telkens opnieuw groote parade hield: een majestueus, indien niet een betooverend schouwspel, hetwelk men niet onvermeld mag laten hij het opsommen van de genoegens, welke hij den heeren der wereld in menigte ten beste gaf.

Zijne eigen uitspanningen waren eenvoudig en behalve,'dat hij wellicht al te dikwijls de rechtmatige plaats van Scribonia of Livia nu aan Drusilla, dan aan Tertulla, een andermaal aan Terenlilla, nu eens aan Salvia Titiscenia, dan weer aan Kufilla inruimde; behalve dal hij den slechten smaak had van gedurende het heerschen van een hongersnood als een god verkleed met elf even zoo uitgedoste makkers een al te vroolijk drinkgelag te houden, en dat hij eene wal al te hartstochtelijke liefde voor schoone meubelen en schoone Corinthische vazen koesterde, zoo zelfs, dat hij somtijds de bezitters doodde, om in het bezit dier vazen te geraken; behalve dat hij erg verzot was op hel spel en steeds eene zekere neiging tot de ondeugd van zijn oom toonde te bezitten; behalve dat hij als grijsaard, toen zijn smaak fijner geworden was, slechts aan maagden de eer van zijn vertrouwelijken omgang vergunde, en de zorg om genoemde jonkvrouwen tot hem te voeren, aan zijne vrouw Livia opdroeg, die overigens met den groolsten ijver dit postje waarnam, — behalve dit alles en eenige kleine misdaden, welke het niet der moeite waard is te vermelden, verzekert Suetonius, dat in alle andere opzichten zijn leven zeer geregeld en onberispelijk was.

Het was alzoo een gelukkig tijdperk, deze Juliaansche aera, het was eene roemrijke eeuw, de eeuw van Augustus!

Wel vertoont het tafereel ons hier en daar eenige schaduwpartijen. Er hadden ongeveer tien opstanden plaats en dat is nadeelig voor het gezag eener regeering; de republikeinen staken het hoofd weder op. Men had zoo velen hunner gedood als men maar kon, bij Pharsalus, bij Thapsus, bij Munda, bij Philippi, bij Actium, bij Alexandrië en op Sicilië, want de Romeinsche vrijheid toonde eene schier onvernietigbare levenskracht te bezitten. Er is niet minder dan een tot zevenmaal herhaald bloedbad, er waren niet minder dan zeven slachtingen noodig geweest om haar buiten staat te stellen tot bet voortzetten van den strijd; de legioenen schenen, overeenkomstig den wensch van Pompejus uit den grond te voorschijn te komen; men had zeer nauwgezet deze telkens weer bet hoofd opstekende republikeinen gedood, doch hoe velen waren er gevallen? —

Ten hoogste driemaal honderdduizend. Een groot getal. Toch was het niet genoeg; altijd bleven er nog eenigen over. Dezen verbitterden het leven van den grooten inan door eenige onverdragelijke kleinigheden. In den senaat moest hij een pantser en een zwaard onder zijn gewaad dragen, iets dat zeer lastig is, voorat in warme landen. Hij moest tien stevige knapen altijd in zijne nabijheid hebben, die hij zijne vrienden noemde, en die toch een onaangenaam gezelschap voor hem waren.

Daar waren ook de drie kohorten, wier wapenrusting achter hem kletterde in dezelfde stad, die men zestig jaren vroeger niet met een dolk gewapend had mogen betreden; dat was wel in staat eenigen twijfel te doen ontstaan omtrent de gehechtheid, welke men den vader des vaderlands toedroeg. Daar was verder Agrippa, die te veel huizen omverhaalde: doch men moest immers wel een praalgraf bouwen voor dit groote volk, dat zijn dood te gemoet ging.

Indien dit regeeringsstelsel eenige misbruiken met zich bracht, indien van tijd tol tijd een hongersnood heerschte, dan was dit slechts een klein wolkje dat den stralengloed van het keizerrijk voor een oogenblik verduisterde, een wanklank, die in de tonen der algemeene dankbaarheid werd opgelost. Al die kleine ongevallen, die nu en dan den effen waterspiegel der keizerlijke

Sluiten