Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huizen van grooten omvang) de toevlucht nemen en vaak hoog genoeg, vier en meer trappen hoog, wonen moesten. Een buiten het gebouw geplaatste trap voerde naar de bovenverdiepingen, somtijds tot eene duizelingwekkende hoogte.

Doch wie op den naam van een aanzienlijk man aanspraak wilde maken, moest in een eigen huis wonen en dit van binnen met de meest uitgezochte weelde inrichten, hoewel het er van buiten menigmaal vrij onooglijk uitzag. Behalve zijn liuis in de stad moest de man van aanzien nog een buitenverblijf, eene villa, of althans een tuinhuis in de nabijheid der stad hebben. Gewoonlijk echter bezat hij een landhuis op zijne bezittingen in het gebergte, waar hij gedurende het warme jaargetij vertoefde.

Op deze buitenverblijven werd eene even buitensporige weelde ten toon gespreid als in de huizen in de stad. De tuinen waren op de prachtigste en smaakvolste wijze aangelegd en de woonvertrekken met kunstgewrochten versierd, terwijl eene uitgezochte bibliotheek de behoefte aan verstandelijke genietingen bevredigde. Doch van meer belang dan deze waren voor de aanzienlijke Romeinen de lichamelijke genietingen.

De weelde, bij de maaltijden ten toon gespreid, was onder Augustus' regeering tot den hoogst mogelijken trap gestegen. Ten einde onzen lezers een denkbeeld te geven van de in de uiterste verfijning ontaarde kunst, die de Romeinen aan hunne maaltijden besteedden, willen wij hun de coena, de hoofdmaaltijd, in het huis van een aanzienlijk Romein in vluchtige trekken schetsen.

De eetzaal is op de kostbaarste wijze versierd. Langs de wanden prijken beelden, meest allen door de hand eens kunstenaars vervaardigd en dikwijls voor hooge prijzen gekocht. In het midden staat de tafel in den vorm van een hoefijzer, omringd door mollige aanlegbedden, die met purperen tapijten bedekt zijn. Zachte kussens scheiden de plaatsen van elkander. De schenktafel is met bekers en wijnkruiken van allerlei grootte en vorm bezet. De rijkdom van den gastheer wordt afgemeten naar de min of meer kostbare wijze, waarop deze voorwerpen versierd zijn; een matig vermogen steekt dikwijls in dal gouden vaatwerk.

De gasten verschijnen; slaven komen hun te gemoet, ontdoen hen van hunne sandalen en bieden hun in zilveren kommen water aan, om de handen te wasschen; vervolgens zeilen de gasten zich op de zachte matrassen neer, om den maaltijd te beginnen. Voor alle dingen komt het er op aan, den eetlust op te wekken; daartoe dienen olijven, lichte vleeschspijzen, die met pikante sausen toebereid zijn, allerlei soorten van groenten, oesters, kunstig in banket afgebeelde pauweneieren en dergelijke kleinigheden, waarvan men maar even proeft; zij moeten ook alleen den eetlust prikkelen De amphorae worden geopend, en in de mengvaten wordt de zware, donkerkleurige wijn uitgegoten, die eerst drinkbaar wordt, wanneer men hem met water verdunt. De slaven schenken dezen wijn rond, terwijl anderen de eerste afdeeling der eigenlijke gerechten, gevogelte van allerlei soort, zeevisch, die uit verre landen ontboden is, wildbraad, enz., opdragen. De tweede afdeeling van den maaltijd beslaat uit een reusachtig gebraad, soms uit een geheel wild zwijn, waarvan slechts enkele stukken, als bijzonder smakelijk, worden afgesneden. De weinig talrijke gasten zijn ternauwernood in staat het vijftigste deel van het geheele gebraad te nuttigen. Hierop volgen in de derde plaats weer lichte vleeschspijzen, zeldzame visschen, dure vogels, want alleen het zeldzaamste en duurste is in staat het verwende gehemelte der Romeinsche lekkerbekken te streelen. Reeds hebben de gasten aan de vele gerechten, die rondgediend zijn, hun maag overladen, maar daarom is de maaltijd nog niet geëindigd. Weer treedt een tal van slaven binnen; met bezems en palmtakken reinigen zij de tafel, zij bestrooien den vloer met zaagsel en besprengen hem met kostbare welriekende wateren.

Hel nagerecht verschijnt. Heerlijke vruchten uit de verste slreken der

Sluiten