Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijdige maatregelen verleiden, wanneer deze hem als noodzakelijk voor zijne veiligheid werden voorgespiegeld.

Toen Claudius den troon beklom, dreef zijn natuurlijk gevoel hem aan om de wonden, door hel despotisme van Caligula geslagen, weer te heelen. De ballingen werden teruggeroepen; zelfs de majesteitswei werd ingetrokken. Doch slechts voor een korten tijd, toen werd zij opnieuw ingevoerd en toegepast met dezelfde wreedheid als in den laalsten tijd van Tiberius en onder de regeering van Caligula.

De persoonlijke dienaren van Claudius, vrijgelaten slaven, voerden in vereeniging met de keizerin Messalina de teugels der regeering. Claudius schikte zich in alles naar hun wil. Hij was tevreden, wanneer hij zich rustig aan zijne geleerde onderzoekingen wijden en Ie gelijk de uiterlijke waardigheid van het keizerschap ophouden kon. Met dit doel voerde hij eene soort van Ooslersche hofhouding in, welke onder de latere keizers langzamerhand nog meer werd uitgebreid.

Onder de persoonlijke dienaars des keizers, die in zijne plaats het bewind voerden, onderscheidden zich vooral een drietal personen, door den heilloozen invloed, welken zij op hem uitoefenden; zij waren de geleerde Polybius, die Claudius bij zijne studiën ter zijde stond, Pallas de schatmeester, en Narcissus de geheimschrijver. Deze drie waren van nu af Ie Rome lieer en meester; zij hielden, bij alles wat zij verrichtten, slechts één doel onwrikbaar in het oog: zich zelf een meer dan vorstelijk vermogen te verwerven. De hoogste ambten in den slaat werden door hen verkocht, het recht was bij hen voor geld veil; doodvonnissen tegen de aanzienlijkste mannen werden geveld en weder ingetrokken, wanneer een der drie met eene behoorlijke som omgekocht werd. De drie vrijgelatenen vonden eene trouwe bondgenoole in de keizerin Messalina. eene vrouw, wier naam tot een spreekwoord geworden is, om het toonbeeld van de laagste zedeloosheid aan te duiden. Messalina gaf zich onbeteugeld aan den laagsten zinlijken hartstocht over; om hare neigingen te bevredigen zag zij tegen geene enkele misdaad op. Mannen en vrouwen, die haar naijver opwekten, werden zonder genade ter dood veroordeeld; wie zich niet in alle opzichten aan haar wil verkoos te onderwerpen, werd óf verbannen óf ter dood gebracht.

Claudius, wiens natuurlijke goedhartigheid hem dikwijls aandreef om de onderteekening van zulke bloedbevelen Ie weigeren, werd daartoe toch steeds genoopt door de bewering, dat de aangeklaagden hem naar het leven stonden, of dat ze zijn gezag wilden ondermijnen; door zulke middelen kon men alles van hem verkrijgen wat men wenschte.

Met welke onbeschaamheid en wreedheid Messalina aan haar zinlijken lust den teugel vierde, willen wij onzen lezers in één voorbeeld doen zien. Messalina's moeder was hertrouwd met Appius Silanus. De stiefvader had het ongeluk, de lage hartstochten der keizerin gaande te maken; zij gaf hem hare schandelijke liefde te kennen en eischte, dat hij die beantwoorden zou. Doch hij bezat moed genoeg om haar onverholen zijn afschuw van hare bloedschendige liefkoozingen te toonen. In woede ontstoken wende Messalina zich tot Claudius; zij deelde dezen mede, dat ze door droomgezichten gewaarschuwd was, dat Appius Silanus eens den keizer vermoorden zou. Op grond hiervan liet de zwakke vorst zich bewegen om den ongelukkige ter dood te doen brengen.

Messalina, die zich ongestraft aan de dierlijkste uitspattingen overgaf, aan wie Claudius zonder eenig tegenstreven gehoorzaamde, waande zich eindelijk almachtig. Zij ontzag zich niet, waar óf haar voordeel, óf haar luim haar hiertoe aanspoorde, zelfs hare bondgeiiooten op te ofleren en toen zij eens met Polybius twist gekregen had, liet zij ook dezen ombrengen.

Pallas en Narcissus, die tot dusver met haar de heerschappij over het gemoed van Claudius gedeeld hadden, werden thans beducht, dat ook hen

Sluiten