is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch slee!)Is gedurende enkele jaren was Domilianus in staat de oorspronkelijke ruwheid en wreedheid van zijn inborst te beteugelen. Langzamerhand kwamen al zijne gebreken, die hij gepoogd had te onderdrukken, weer aan den dag Eerzucht en buitensporige ijdelheid, wellust, en trek naar zingenot, heerschzucht en wreedheid werden weer de drijfveeren van al zijne daden. Naijverig op de voordeelen, door Agricola in Engeland behaald, riep hij dezen 111 het jaar 84 van het tooneel zijner roemrijke daden naar Italië terug, nadat hij zelf, om zijne eerzucht te bevredigen, een vruchleloozen krijgstocht ondernomen had.

De gienzen van het Romeinsche rijk werden in die dagen weer ernsti" bedreigd door de naburige barbaarsche volken; deze, wie de ondervinding geleerd had, dat zij, zoo ze afzonderlijk den strijd ondernamen, legen de Romeinsche overmacht niet waren opgewassen, hadden zich nauw aan elkander aangesloten. Zoo waren in Duitschland verschillende bondgenootschappen, o. a. de bond der Chatten, der Marcomannen, der Sueven, enz. ontstaan, terwijl aan den Beneden-Donau [in het tegenwoordige Moldavië, Walachije Zevenbergen en hel Banaal) de, Daciërs of Gesen zich onder hunnen decebalus (koning Diurpaneus, een flink veldheer en krachtig regent, hadden vereeni«d.

Door deze bondgenootschappen waren de kracht en de moed der barbaren Jn groote mate verhoogd. Met goed gevolg deden zij meer dan één sirooptocht 111 de Romeinsche provinciën. In bet jaar 8i ondernam Domitianus in persoon een krijgstocht tegen de Chatten, doch zonder eene enkele overwinning te behalen. Nog treuriger was de afloop van een langdurigen oorlog, die van 8<> tot 91 tegen de Daciërs en Marcomannen gevoerd werd; Domitianus, de keizer van het wereldbeheerschende Rome, moest, ten einde den vrede te koopen, eindelijk besluiten, den barbarenvorst eene jaarlijksche schatting te betalen. In weerwil van den jammerlijken afloop dezer oorlogen, vierde Domitianus een even luisterrijken zegetocht, alsof hij de schillerendstè overwinning had behaald. Het mislukken zijner eerzuchtige plannen maakte hem nog onmenschelijker dan voorheen; in de laatste jaren zijner regeering overtrof tnj zelfs Nero en Caligula in daden van afschuwelijke wreedheid.

Duui bouwwerken en prachtige feesten, door hel onderhouden van eene waarlijk oostersche hofhouding, door zijne alle paal en perk te buitengaande uitspattingen verkwistte hij onnoemlijke sommen, en dewijl hij buitendien de soldij zijner troepen met een vierde verhoogd bad, waren de staatsinkomsten op verre na niet toereikende om de uitgaven des keizers te dekken. Opnieuw en op nog grootere schaal dan vroeger werden de rijken vervolgd en ter dood gebracht, opdat de keizer zich van hunne goederen zou kunnen meester maken.

Met elk jaar werd Domitianus wreeder en willekeuriger; nergens ontmoeite hij tegenstand, want de soldaten had hij door de verhoo^in0, van hunne soldij aan zijn persoon verknocht, en het volk vermaakte zich uitmuntend bij de prachtige feesten, de gevechten der wilde dieren en der gladiatoren, welke de keizer liet aanrichten. De senaat was even onderdanig en lafharti" als altijd. ° c

Zonder schroom kon de despoot den voet zeilen op den nek van hel ontaarde volk, dat in alle klassen der maatschappij, zoowel in zijn hoogste als in zijne laagste standen, diep bedorven was. Domilianus dreef zijn despotisme zoover, dal bij eindelijk met alle menschelijk gevoel spotte en zich in persoon in de folteringen van zijne slachloflers verlustigde. Hij werd wreed, niet alleen uit heerschzucht, maar uit louteren bloeddorsl. Met wellust aanschouwde hij de laatste stuiptrekkingen van mensehen en dieren. Men verhaalt, dal eene zijner voornaamste uitspanningen bestond in het vangen van vliegen om ze, aan een naald gestoken, te zien spartelen. Wellicht zou Domitianus nog langen lijd zijn afschuwelijk bewind hebben voortgezet, daar bij en bij liet volk èn bij het leger een machtigen steun vond, indien niet zijne aan razernij grenzende wreedheid hem in zijne naaste omgeving vijanden ver-