Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mei al te schoone kleuren de eenvoudige zeden der Duitschers schelst, om de verdorven Romeinen tol een edelen naijver op te wekken.

De overige geschiedschrijvers der zilveren eeuw zijn van minder beteekenis; wij noemen slechts Suelonius Tranquiüus, den geschiedschrijver van Hadrianus, die in de levensbeschrijvingen der 12 eerste keizers ons meer eene verzameling van anekdoten en bijzonderheden dan eene eigenlijke geschiedenis nagelaten heeft. Toch heeft zijn werk hooge waarde, dewijl het grootendeels is geput uit openbare staatsstukken, die later verloren zijn gegaan.

Eene hoofdbron voor Suetonius vormden de reeds sinds langen tijd verschijnende ofliciëele nieuwsbladen, indien wij ons van ileze hedendaagsche uitdrukking mogen bedienen. Reeds Caesar had onder den titel Acta diurna of Acta populi de handelingen der besturen, der rechtbanken en \olks\eigaderingen openbaar doen maken. Ook onder de volgende keizers waren deze ofïiciëele aankondigingen, welke de plaats onzer ofliciëele nieuwsbladen innamen, in zwang gebleven; zij bevatten mededeelingen omtrent de belangrijkste rechtsgedingen, de lijsten der geboorten, huwelijken, echtscheidingen enz., berichten omtrent de aanzienlijkste personen van den staal, omtrent feesten, schouwspelen, bouwwerken en dergelijke zaken. Zelfs de verslagen van de senaatsvergaderingen werden, wanneer de vorsten dil goed achtten, iu deze bladen openbaar gemaakt. Door middel van talrijke afschriften, die ook naai de provinciën aan de legioenen gezonden werden, ontving hel volk het regeeringsblad, dat overal met gretigheid werd ontvangen en eene belangrijke bron voor de meeste oude geschiedschrijvers geworden is. \\ ij moeten het zeei betreuren, dat daarvan geen enkel exemplaar voor ons bewaard is gebleven.

De natuurwetenschappen vonden in Gajus Plinius Secundus den Ouden, wiens dood bij de uitbarsting van den Vesuvius wij onzen lezers in den brief van den jongen Plinius reeds meegedeeld hebben, een ijverig beoefenaar. Plinius heeft in zijne Eneyclopaedie der natuurwetenschappen een waar reuzenwerk gewrocht. Uit meer dan 2000 schrijvers heeft hij de bouwstoffen daartoe verzameld. Wel ging bij daarbij niet met genoegzaam oordeel des onderscheids te werk, — wie zou dit bij een arbeid van zulk een omvang ook van één enkel mensch kunnen vorderen? — doch in weerwil van dit gebrek bezit zijn werk eene hooge waarde. .

Eene hooge vlucht nam in den keizertijd ook weder de Grieksche letterkunde. Onder de Grieksche schrijvers en geleerden noemen wij in de eerste plaats Plutarclius, den vriend van Hadrianus en den deelgenoot van diens studiën, die van zijne betrekking als stadhouder van Griekenland ijverig partij trok voor de beoefening der wetenschap. Hij heeft eene menigte wijsgeenge en geschiedkundige geschriften nagelaten. Al heeft bij in zijne levensbeschrijvingen ook een al te groot gewicht aan kleine anekdoten gehecht, toch zijn zijne werken voor den geschiedvorscher volstrekt onontbeerlijk.

De Stoïsche wijsgeer Epictetus en zijn leerling Arrianus hebben zich groote verdiensten verworven door de uitbreiding en bovenal door de veredeling der Stoïsche philosophie. Arrianus, een vriend van Hadrianus, heeft door de uitgave van een klein geschrift (Euchiridion of Handboek), waarin bij de stellingen van Epictetus blootlegt, zij het dan ook zonder het te willen, krachtig de invoering van het Christendom bevorderd, want de beginselen der gezuiverde Stoïsche wijsbegeerte stemmen bijna op ieder punt met die des Christendoms overeen. Ook door een voortreffelijk werk ov.er de veldtochten van Alexander den Grooten heeft Arrianus zich onderscheiden.

Van de beroemde Grieken in den keizertijd vermelden wij nog den geneesheer Galenus, en den natuuronderzoeker Claudius Ptolemaeüs, wiens sterrekundige en aardrijkskundige werken tot in het begin der nieuwe geschiedenis aan alle onderzoekingen op dat gebied ten grondslag verstrekt hebben, en eindelijk Pausanias, wiens werkzaamheid van het hoogste gewicht is voor de geschiedenis der kunst, daar hij ons in eene reisbeschrijving eene

Sluiten