Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanvang. Commodus, de zoon van Faustina, was II» jaren oud, toen hij zelfstandig als regent optrad, nadat zijn vader hem reeds van zijn 14e jaar at aan de ineesle regeeringszaken deel had laten nemen.

Commodus had van de natuur wel eene sehoone gestalte, maar geen krachtigen geest ontvangen. Zijne weinige goede eigenschappen waren ten gevolge eener hoogst gebrekkige opvoeding geheel bedorven. Marcus Aurelius was een te toegevend vader en de losbandige, lichtzinnige Faustina eene moeder geweest, die op het karakter van haar zoon niet dan een nadeeligen invloed kon uitoefenen. Traag van geest, had Commodus zich van het onderricht der beste onderwijzers in alle wetenschappen met tegenzin afgewend, maar het aan den anderen kant in alle lichaamsoefeningen lot eene meesterlijke hoogte gebracht. Hij was een boogschutier zonder weerga, slingerde de werpspies met groote juistheid, reed voortretlijk te paard en wist uitnemend met de wapenen der gladiatoren om Ie gaan. Van allen ernsligen geestelijken arbeid had hij een afkeer, terwijl hij zich mei den meeslen hartstocht aan alle uilspanningen van den grooten hoop overgaf en met wellust de bloedige tooneelen in de arena en de lichtzinnige schouwspelen in den circus bijwoonde.

In weerwil van deze zijne ingenomenheid met wedspelen was Commodus loch lafhartig en gelijk iedere lafaard van nalure lot wreedheid geneigd. Zijne geestelijke traagheid maakte hem tot den speelbal van allen, die hem omringden, der woestelingen, die zich met hem aan de afschuwelijkste zedeloosheid overgaven en die, terwijl zij den keizer door hunne vleierijen bedwelmden, er op uit waren om zijn nog buigzaam karakter meer en meer te bederven.

Toen Commodus de regeering aanvaardde, werd hij door senaat en leger met luide toejuichingen begroet. De llljarige jongeling was de erkende beheerscher van het wereldrijk en hij haastte zich om het genot aan het bezit der hoogste macht verbonden, nu ook met volle leugen Ie smaken.

ÏS'og was de oorlog legen de Marcomannen en Quaden niet ten einde gebracht, doch Commodus voelde geen lust om zich langer in een lastigen veldtocht met liet opperbevel over het leger te kwellen. Terstond na zijns vaders dood slool hij een niet onvoordeeligen vrede en keerde hij naar Rome terug, om in die stad der weelde geheel voor zijne vermaken le leven.

Toch scheen het gedurende de eerste drie jaren zijner regeering, dal hij geheel in den geest zijns vaders wilde handelen. Al gaf hij zich ook met zijne gezellen aan de meest ongebonden uitspattingen over, toch liet hij den door zijn vader benoemden raadslieden, den besten der senatoren, de handen vrij en zijn bestuur vond daarom den meesten bijval bij de betergezinden onder de Romeinen. Doch op eenmaal had, tengevolge van een ongelukkig voorval, een geheele ommekeer in zijn gedrag als regent plaats.

Toen hij op zekeren avond uit liet amphitheater naar zijn paleis terugkeerde, wierp een sluipmoordenaar, die hem afgewacht had, zich met getrokkeil zwaard op hem. »IJit zendt u de senaat! riep de booswicht, teiwijl hij eene poging deed om op den keizer in te houwen. Doch de lijfwacht greep den opgeheven arm des moordenaars en nam hem gevangen. Rij zijn verhoor moest hij bekennen, dat hij niet door den senaat, maar door des keizers eigen zusier, Lucilla, tot hel plegen van den moord omgekocht was. Lucilla had namelijk met eenige harer minnaars — zij was eene echte dochter van faustina _ eene samenzwering gesmeed, daar zij hoopte na den dood haars broeders beur echlgenool den keizerlijken Iroon te zien bestijgen. De samenzweerders werden ter dood veroordeeld, Lucilla werd eerst verbannen en daarna insgelijks omgebracht.

Ofschoon uit hel verhoor van den sluipmoordenaar gebleken was, dat de senaat geen schuld had aan den moordaanslag, was Commodus toch met eene dwaze vrees vervuld, dat de hoogaanzienlijke senatoren hem naar het leven zouden staan. In elk hunner zag hij een geheimen vijand en nu begon hij eensklaps met vreeselijke willekeur en wreedheid le woeden.

Sluiten