Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apostolisch geschrift) voorgelezen, vervolgens hield een der broederen, gewoonlijk de oudste, de voorganger der gemeenle, eene eenvoudige rede, waarin hij zijne geloofsgenoolen vermaande om trouw Ie handelen overeenkomstig de geboden van hun Heer en hen vertroostte met de hoop op diens nabijzijnde komst. Een kort gebed besloot de eenvoudige godsdienstoefening. In den eersten lijd hielden de Christenen ook zoogenaamde liefdemalen, maallijden, waar rijken en armen zonder onderscheid aanzaten en de eersten voor de noodige spijs en drank zorgden. Aan hel eind van die maaltijden werd het brood gebroken en ging de beker rond, naar aanleiding van den laalsten maallijd, door Jezus met zijne leerlingen gehouden, en ter herinnering van zijn lijden en sterven. Later werden de liefdemalen in het belang van orde en zedelijkheid afgeschaft en werd de gedachtenisviering van Jezus' dood, bel avondmaal geheeten, naar de openbare samenkomsten der Christenen verlegd. Deze godsdienstige bijeenkomsten hadden eerst plaats zoowel op den Sabbath als op den eerslèn dag der week, later alleen op den Zondag, die aan de herinnering van Christus' opstanding gewijd was. Als bijzondere jaarlijksche feesten werden bet Paaschfeest, de tijd van het lijden en de opstanding des Heilands. en het Pinksterfeest, Ier herdenking van de uitstorting van den heiligen Geest, gevierd. Nadat hel Christendom met andere godsdienstvormen in botsing was gekomen en men dus op zuiverheid der leer den hoogsten prijs slelde, waren diegenen, die zich bij de vereeniging wilden aansluiten, aan een lijd van voorbereiding onderworpen. Zij heellen alsdan catechumenen, en werden eerst na het verstrijken der voorbereiding door den doop in de gemeenle ingelijfd; later kwam ook de kinderdoop in gebruik, ten gevolge van bijgeloovige denkbeelden omtrent de uitwerking van bet doopwater lot reiniging van de ziel der gddooplen.

Even eenvoudig als de godsdienst, was in den eersten tijd ook het bestuur der gemeente. Aan haar hoofd stonden opzichters (bisschoppen) of ouderlingen (presbyters, waaruit het woord priester ontstaan is), die niet het minste gezag over de leden uitoefenden, maar niets dan broeders onder de broeders, gelijken onder gelijken waren. Ilun was het handhaven der orde in de gemeente, het bevorderen van den bloei van het godsdienstig leven liarer leden opgedragen. Zij werden door de gemeente zeil verkozen. Insgelijks benoemde deze een zeker aantal armverzorgers (diakenen) wien de verzorging van armen en zieken was toevertrouwd.

Een bijzondere stand van geestelijken, clerus, bestond in de eerste dagen van het Christendom niet; noch de opzieners, noch de ouderlingen der gemeente namen eene bevoorrechte plaats in; de bisschoppen stonden aanvankelijk volkomen gelijk met de presbyters.

Evenmin waren er toen eigenlijk gezegde predikers, want ieder Christen, die zich daartoe in slaat gevoelde, mocht als woordvoerder optreden. Gelijk in iedere gemeente de leden elkander trouw bijstonden, zoo bestond er ook voortdurend lusschen de verschillende gemeenten een nauwe band. Ieder reizend Christen was overal in eene Christelijke gemeente welkom, hij werd als broeder en vriend ontvangen en naar vermogen ondersteund. Hunne liefdadigheid, hun streng zedelijke levenswandel, die zoo scherp afstak bij de algemeen heerschende zedeloosheid, de eenvoud hunner godsvereering, de echt democratische geest, die in hunne gemeenle heerschte, trok edele karakters, zoowel onder Joden als heidenen, onwederstaanbaar aan. De Christelijke godsdienst verbreidde zich dienvolgens met waarlijk verbazingwekkende snelheid. De apostelen, die met onwankelbaren moed en met onvermoeide werkzaamheid jongeren voor Christus' woord zochten te winnen, zagen hunne pogingen rnel den besten uitslag bekroond. Paulus, de groote apostel der heidenen, haalde door zijne vurige taal duizenden over. Geen gevaar duchtend, reisde hij van land tot land, overal nieuwe gemeenten stichtend; door hem werd het Christendom verbreid in Syrië, Klein-Azië, Griekenland en Macedonië.

Sluiten