Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus in de keizerstad Rome, iedere heidensche godheid haren tempel en hare vereering vond, mochten de Joden, hoe gehaat zij overigens hij de Romeinen ook waren, ongehinderd hunne godsdienstige gebruiken in acht nemen. Ook jegens de Christenen zouden de Romeinen ongetwijfeld eene dergelijke verdraagzaamheid betoond hebben, indien het mogelijk geweest ware, dat Christendom en heidendom hand aan hand hadden kunnen gaan. Iloe ware het echter mogelijk, de strenge beginselen des Christendoms op eenige wijze te verzoenen met den wuflen en zinnelijken eeredienst van het veelgodendom!

De Christenen zonderden zich geheel af van de overige bevolking; door onverbloemd verzet tegen de godsdienstige gebruiken der heidenen, door hunne weigering om zich ook maar in het minst daarnaar te voegen, door hun streven om zich aan den krijgsdienst en aan het vervullen van staatsambten te onttrekken, door hunne afzondering van het dagelijksch gezellig verkeer haalden zij zich den haat der menigte op den hals en maakten zij het wantrouwen der overheid gaande. Dit wantrouwen scheen te billijker, dewijl de Christelijke gemeente gehuld was in een waas van geheimzinnigheid, waardoor zij de verdenking op zich laadde, dat in hare bijeenkomsten allerlei misdrijven gepleegd werden. Niets was natuurlijker, dan dat de Romeinen aldus oordeelden over de Christenen, want dezen gaven zelf door hunne handelingen tol dergelijke begrippen aanleiding. Met de grootste minachting spraken zij zelfs van de onschuldigste ceremoniën der afgodendienaars, wier geringste aanraking zij schuwden, wijl zij door hen voortdurend gedwongen zouden zijn geworden om deel te nemen aan sommige godsdienstige gebruiken, die zij voor een werk des duivels hielden.

Het lag in den aard van den Romeinschen godsdienst, dat zijne ceremoniën met alle zaken van het openbare, ja zelfs van het huiselijk leven saamgeweven waren; men kon alzoo de deelneming aan of ten minste het aanschouwen van die plechtigheden niet ontgaan, zonder het verkeer met de menschen en de onderlinge gezelligheid geheel te laten varen. Elke openbare handeling werd door een plechtig olïer voorbereid ol besloten. Met dergelijken afgodendienst wilden de Christenen niet te doen hebben, en daarom moesten zij zich uit het openbare leven terugtrekken. Maar ook in het huiselijk leven konden zij met de heidenen niet omgaan, want zij beschouwden het als aanbidding des satans, wanneer bij den maaltijd de vrienden, onder aanroeping der gastvrije goden, op elkanders welzijn dronken; ja alle bruilofts- en trouwplechtigheden waren 111 hun oog niets anders dan satanswerken. Zelfs kunst en nijverheid konden geene genade vinden in der Christenen oogen, daar de vervaardiging en versiering van godenbeélden hare voornaamste bezigheid was. De oude godensagen waren ingeweven in de voortbrengselen der poëzie; de muziek en schilderkunst stelden ze op allerlei wijze hoorbaar of aanschouwelijk voor, zelfs de dagelijksche spreektaal was rijk aan uitdrukkingen, die op de afgoderij betrekking hadden en overal zagen de Christenen zich dus teruggestooten. De vurigste geestdrijvers onder hen namen iedere gelegenheid te baat, om tegen dien satansdienst te velde te trekken, zelfs het aanroepen der goden, dat den heidenen tol eene gewoonte was geworden, was hun een gruwel. Het kon wel niet anders, of bij het volk moest de gedachte opkomen, dat menschen, die niet eenmaal den naam der goden wilden hooren, zelf in geene godheid geloofden, en deze verdenking ontving te meer voedsel, wijl de Christenen hunne eigene godsvereering met een ondoordringbaren sluier des geheims bedekten.

De groote volksmenigte en zelfs vele voorname Romeinen wisten niets van het ware wezen der Christelijke leer. De Christenen waren hun slechts bekend als onzinnige, voor hun geloof ijverende dwepers, die met haat en verachting tegen de heidensche plechtigheden bezield, den godsdienst van den staat hoonden en de godsvereering dei heidenen fel bestreden. Allerlei zonderlinge geruchten aangaande den eeredienst der Christenen en de plechtigheden van die verdachte en geheimzinnige vereeniging, vonden algemeen geloof.

Sluiten