Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verus en Maximinus, door beulshanden omgebracht. Hij ontzag noch leeftijd noch kunne; het bloed der kinderen werd met dat der vrouwen vermengd. Tot de aanzienlijkste slachtoffers van Licinius behoorden ook de gemalin °en dochter van Diocletianus, Prisca en Valeria, wier waarlijk tragisch uiteinde wij niet kunnen nalaten onzen lezers mee te deelen.

Toen Galerius door Diocletianus tot den rang van caesar verheven werd, had deze hem tevens zijne dochter tot gemalin gegeven. Valeria stond weldra bekend als een toonbeeld van trouw en huwlijksmin. Na den dood van haar gemaal wekten zoowel hare aanzienlijke bezittingen, als hare persoonlijke bekoorlijkheden den hartstocht van den losbandigen Maximinus op. Wel was diens gemalin nog in leven, doch wat bekommerde hij zich hierom! Hij was bereid om haar te verstooten, en schaamteloos dong hij, bijna onmiddellijk na den dood van Galerius, naar de hand der weduwe.

Valeria antwoordde verstandig en waardig:

«Indien mijn eergevoel inij al toeliet, aan een tweede huwelijk te denken, zoo verbiedt mij echter de eerbied voor mijn afgestorven gemaal, het oor té leencn aan een huwelijksaanzoek op een tijd, dat de asch van mijn echtgenoot, uw weldoener, nog warm is, en mijn rouwgewaad tot u spreekt van de smart mijns harten. Daarenboven, o keizer! wie kan vertrouwen stellen in de liefde van een man, die terstond bereid is om zijne trouwe, liefhebbende echtgenoot ter wille van eene vreemde vrouw te verstooten?"

Deze weigering bracht Maximinus buiten zich zelf van woede. De macht, en dus ook het recht, was aan zijne zijde. De bezittingen van Valeria werden verbeurdverklaard en zij zelf met hare moeder veroordeeld om in een verafgelegen, eenzaam dorp in de Syrische woestijn als ballingen te leven. De vrienden van Valeria, hare dienstmaagden, zelfs hare eunuchen werden onder vreeselijke folteringen omgebracht. Maximinus zocht zelfs der ongelukkige haar goeden naam te ontrooven, door eene valsche aanklacht wegens echtbreuk tegen haar te doen inbrengen; omgekochte getuigen lieten zich gemakkelijk vinden om die valsche beschuldiging te bezweren.

Diocletianus spande tevergeefs al zijne krachten in om het lot zijner gemalin en dochter te verzachten. Persoonlijk smeekte hij den onmenschelijken Maximinus, dat het Valeria zou worden toegestaan, bij hem te Salona te komen, om hem de oogen te sluiten. Maximinus wees den smeekeling trotsch af, en deze bezat geene macht meer om aan zijne bede klem bij te zetten.

Na den dood van Maximinus hoopten Prisca en Valeria op betere tijden; zij verlieten de plaats harer verbanning, om van Licinius gerechtigheid af té smeeken, doch zijn eenig antwoord bestond in een doodvonnis. Het gelukte de beide vrouwen te ontkomen. Als bedelaressen verkleed zwierven de vluchtelingen door de provinciën. Vijftien maanden lang diende het kleed der armoede haar ter vermomming, doch eindelijk werden zij te Thessalonica herkend, en, wijl het doodvonnis reeds over haar geveld was, op staanden voet omgebracht. Hare lijken wierp men in zee.

Doch keeren wij, na deze romantische uitwijding, tot het geschiedverhaal terug.

Weinig tijds nadat Constantijn en Licinius te Milaan hun vriendschapsverbond gesloten hadden brak tusschen hen, om ons onbekende redenen, in het jaar 314 de oorlog uit. Na twee gevechten, in een waarvan Constantijn zegevierde, terwijl in het andere de zegepraal onbeslist bleef, voelden beide legerhoofden zich geneigd om vrede te sluiten. Licinius stond het grootste deel der Europeesche provinciën aan Constantijn af, terwijl hij voor zich zelf alleen Thracië en Neder-Moesië behield.

Gedurende negen jaren bestond tusschen de beide machtige mededingers eene soort van gewapende vrede. Constantijn maakte van dien tijd gebruik om iriet goed gevolg zijne wapenen tegen de barbaren te keeren, het gelukte hem zelfs een deel van den rechteroever des Rijns te veroveren. Om zich

Sluiten