Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Columbus' eerste tocht. Zijne dagboeken.

eene samenzwering spreekt, door de ontmoedigde zeelieden gesmeed, met het doel, den admiraal over boord te werpen, naar Spanje lerug te keeren en daar uit te strooien, dat Columbus toevallig in het water gevallen was. Een ander schrijver, Oviedo, heeft zich waarschijnlijk het verhaal te binnengebracht van het uitstel van twee dagen, hetwelk Bartholomeus Diaz van zijne bemanning verworven had, en in navolging daarvan beweerd, dat Columbus de geheel ontmoedigde zeelieden slechts had kunnen bewegen om den tocht nog drie dagen lang voort te zetten, onder voorwaarde, dat hij zou terugkeeren, indien men binnen dien tijd geen land ontdekt had.

\ an al deze verhalen bevatten de door Columbus zelf gehouden dagboeken niets en dit is het beste bewijs voor de stelling, dat zij eerst later zijn uitgevonden, want Columbus was niet de man, om zijn licht onder de korenmaat te plaatsen; hij liet het integendeel helder genoeg schijnen en was eer geneigd zich te groote dan te kleine verdiensten toe te kennen. Dewijl hij duchtte, dat zijne manschappen door de ongewoon lange reis angstig worden en vreezen zou dat op de terugreis de voedingsmiddelen niet toereikend zouden zijn, ƒ gaf hij van den beginne af het aantal mijlen, dat men had afgelegd, kleiner op, dan het werkelijk was.

liet heerlijkste weder, dat men uitdenken kon, eene onbeschrijfelijk zachte lucht, en een bestendige ooslénwind, die de schepen in snelle vaart westwaarts dreef, begunstigde den tocht. De passaatwind woei zoo onophoudelijk gunstig, dat de zeelieden juist hierdoor angstig werden, wijl zij vreesden, dat in deze verre, vreemde wateren nooit een andere wind woei, die hun veroorloven zou naar Spanje terug te keeren. Doch ook thans was het geluk den admiraal gunstig, want meer dan zijne geruststellende woorden werkte een zuidwestenwind uit, die den 22™ September opstak.

Meer dan eens waanden de ontdekkers, dat zij zich in de nabijheid van land bevonden; zij werden door zwermen vogels, door eene met waterplanten begroeide plaats in de zee, of door nevelstrepen bedrogen. Doch toen de zoo vurig gewenschte kust van Indië nog maar altijd niet verscheen, verloren zij den moed, en begonnen zij over den ondragelijk langen duur der reis te klagen. Columbus stelde hen gerust. Hij beweerde, dat Indië thans dicht voor hen moest liggen, dat zij het zeker binnen kort zouden bereiken en dat dan een schitterend loon voor hunne volharding zou zijn weggelegd.

Den 11™ October kreeg men eindelijk eene duidelijke aanwijzing, dat er werkelijk land in de nabijheid was. Men vischte uit het water een stok met snijwerk en nog andere houtwaren, ja, zelfs een met roode bessen bedekten tak op.

Aller oogen tuurden thans naar de lang verwachte kust. Ieder wilde de eerste zijn, die aankondigde, dat zij in het gezicht was, want de koningin had dengene, die het eerst land ontdekken zou, een lijfrente van 26 dukaten beloofd. Des avonds te 10 uur bemerkte Columbus zelf een licht; hij schreef dit in zijn scheepsdagboek en voegde er bij: «het tlikkerde echter met zulk een onzekeren glans, dat ik het niet als een teeken van de nabijheid van land durfde aanmerken. Hij riep eenigen zijner lieden, van wie sommigen het licht zagen. terwijl anderen het niet in 't oog krijgen konden. De opmerkzaamheid der zeelieden was ten hoogste gespannen. De uren kropen traa« voort; daar ontdekte eensklaps in den nacht van Vrijdag den 12™ October een matroos op de vooruitvarende Pinta, Rodriguez Bermejo *), in hel maanlicht den schemerenden zoom van een zeestrand. Met den vreugdekreet:

) Het is de dikwijls treurige plicht van den waarheidlievender! geschiedschrijver schoone droombeelden te verstoren Wij zijn er aan gewend, den held van Irving, den eJelen Columbus, in zulk een schoon licht te aanschouwen, dat; wij slechts ongaarne hooren gewagen van dé bekrompen hebzucht van den grooten man, wien de wereld zooveel te danken heeft Een bewijs voor deze hebzucht levert ons het volgende feit. De admiraal, die zelf den eersten

Sluiten