Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Columbus opnieuw in Spanje. Hij aanvaardt zijne vierde reis.

koning, met ketenen beladen te Cadix aangekomen was, verwekte in geheel Spanje'de grootste verbazing. Het ongeluk van den grooten man ontwapende zijne vijanden; de ongunstige stemming, welke gedurende den laatsten tijd tegen hem geheerscht had, werd door medelijden en deelneming in zijn lot vervangen. Koningin Isabella bovenal koesterde een innig mededoogen met den diep1 gekrenkten man en ook koning Ferdinand begreep, dat de luister zijner kroon verdonkerd zou worden, indien hij zich jegens Columbus wreed en

ondankbaar gedroeg. , . . .

liet koninklijke paar zond door middel van een koerier het bevel naai Cadix. dal de gevangene oogenblikkelijk in vrijheid gesteld en met de aan zijn rang en zijne verdiensten passende onderscheiding behandeld moest worden. Bovendien werd hem tot bestrijding van de noodige uilgaven een geschenk van 2UOÜ dukaten ter hand gesteld. . .

Den 17™ December ioOO verscheen Columbus in persoon aan het hot te Granada. Toen hij voor het koninklijke paar de knieën boog, was hij niet in staat den gebruikelijken groet uit te brengen; snikken smoorde zijne stem.

Ferdinand en Isabella gedroegen zich jegens den admiraal zeer genadig, deelnemend luisterden zij naar zijne rechtvaardiging, zij gaven hem de stellige verzekering, dat Bobadilla zijne volmacht verre overschreden had en dat luj nooit van hen vergunning had ontvangen om op zulk eene ruwe wijze te werk te gaan; zij bevestigden opnieuw alle hem vroeger verleende voorrechten en waardigheden. Slechts ééne gunst, waaraanColumbus de allerhoogste waarde hechtte, bleven zij weigeren, namelijk zijne onmiddellijke heistellin0 in de waardigheid van onderkoning in de nieuvvontdekte landen.

Velen, die uiterst partijdig voor Columbus gezind zijn. hebben het koninklijke paar hiervan een ernstig verwijt gemaakt en het van de grootste ondankbaarheid en trouwloosheid beschuldigd; doch indien wij deze beschuldiging zonder ingenomenheid voor den grooten man en tegen den koning en de koningin nader onderzoeken, dan zien we, dat zij volkomen ongegrond is.

Het viel niet Ie ontkennen, dat Columbus, welke verdiensten hij zien ook door de ontdekking van nieuwe landen had verworven, zich toch volkomen onbekwaam betoond had om die landen te besturen en daar vo < plantingen te vestigen. Zijne werkzaamheid op dat gebied had tot dusver slechts in eene onalgebroken reeks van verkeerde maatregelen bestaan, die de jeugdige nederzetting zelfs met den ondergang bedreigd hadden. oor ZIJ' hebzucht en wreedheid had hij zich hij de Spaansche kolonisten, dooi schandelijken slavenhandel en door de invoering van schatting en van ieerendiensten bij de Indianen zoo doodelijk gehaat gemaakt, dat het van de zijde van Ferdinand en Isabella meer dan eene ïjdele verontschuldiging was, wanneet zij beweerden, dat zijn leven bij de heerschende gisting te Sint Domingo gevaar

Ferdinand en Isabella zouden even onverstandig als onplichtmatig gehandeld

hebben, indien zij onder die omstandigheden Columbus eenvoudig, overeenkomstig zijn wenscli, in zijne waardigheid als onderkoning hersteldI hadckn. Zij zochten en vonden een zeer gesclnkten uitweg. Bobadilla werd van zj waardigheid als stadhouder ontzet; in zijne plaats werd een man dieitot dusver om zijne gematigdheid, belangeloosheid en rechtvaaidigheid a y. - o 1 was, don Fray Nicolas de Ovando den 3™ September 1501 met-de stadhouderlijke waardiglieid bekleed: hij ontving den last, een gestreng ondeizoek te0en Roldan en Bobadilla in te stellen. Met eene aanzienlijke v oot v. 32 vaartuigen "in" hij in Februari 150*2 onder zeil. Op deze vloot bevond zich ook Las Casas wien wij zoo vele belangrijke mededeelingen omtrent het leven der

kolonisten in de nieuwe wereld danken.

Columbus, die de hoop had opgegeven, voor bet einde van Roldan en Bobadilla ingestelde onderzoek als stadhouder naai Sint Domuïgo terug te keeren, zette inlusschen zijn vroeger plan door, het op_por

SXRECKÏISS. V. ^

Sluiten