Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mexico langzamerhand ingenomen en verwoest.

dat zij hun ongeduld moeslen beteugelen, doch ook Corlez had begrepen, dat hij in zijne wijze van oorlogvoeren noodzakelijk verandering brengen moest. Was hij tot dusver van plan geweest, bij de verovering der stad Mexico de gebouwen zooveel mogelijk te ontzien, dewijl hij de prachtige hoofdstad voor de Spaansche heerschappij wenschte te bewaren, thans beval hij, bij eiken storm sleclHs langzaam voorwaarts te dringen en alle gebouwen zonder uitzondering, zoowel paleizen als hullen, omver te halen. Met hel puin moesten de damopeningen zoo stevig worden gedempt, dat zij niet meer gedurende den nacht door de belegerden opgegraven konden worden.

Volgens dit plan gingen de Spanjaarden voortaan met het gelukkigste gevolg te werk. Terwijl zij bij hunne dagelijk.-che aanvallen, van de drie legerplaatsen uit, thans niet ineer door de openingen in den dam belemmerd, de stad binnendrongen, haalden de Indiaansche bondgenooten juichend de huizen der gehate Azteken omver. De steenen en het puin wierpen zij, nadat de dammen voor goed bevestigd waren, in de talrijke grachten, die de stad doorsneden, en die insgelijks het doordringen der belegeraars zeer bemoeilijkt hadden.

De ééne straat der prachtige keizerlijke residentie voor, de andere na werd vernield. Steeds enger werd de ruimte, waarin zich de talrijke bevolking opeengedrongen zag. Zij verloor echter den moed niet, en hoewel de honger vreeselijk onder de Azteken woedde, steeds streden zij met onverflauwde dapperheid: elke straat, elk huis werd verdedigd en eerst wanneer zij zich niet langer konden staande houden, trokken zij zich eenige huizen verder terug.

Corlez. die gaarne een eind zou gemaakt hebben aan den strijd, 0111 ten minste de schoone paleizen, die nog stonden, te sparen, zond, loen hij vernam, hoe vreeselijk hongersnood en ziekte onder de ongelukkige bevolking woedden, eenige gevangenen tot Guatemozin. Hij liet den jeugdigen keizer smeeken medelijden te hebben mei zijne dappere onderdanen en met de schoone stad Mexico. «Keer terug lot de gehoorzaamheid,' zoo besloot hij zijneopeischingaan Guatemozin, »welke gij eens den vorst van Kastilië beloofd hebt, dan zal al het gebeurde vergelen zijn: alle rechten der Azteken zullen geëerbiedigd en gij zeil zult in uwe waardigheid bevestigd worden."

Guatemozin wilde in zijne eerste opwelling van toorn alle onderhandelingen weigeren. Doch hij bedacht zich, en riep zijne edelen samen, om met hen te beraadslagen. Slechts enkelen stemden voor onderwerping, bijna allen verklaarden, dat zij den strijd lol den laatsten droppel bloeds voortzetten en liever het leven dan de vrijheid opofferen wilden.

Hel eenige antwoord der Azteken op de vredesvoorslagen der Spanjaarden bestond in een algemeenen, met onstuimige woede ondernomen uitval, die echter krachtig afgeslagen werd en hun op groote verliezen te staan kwam.

Steeds werden nieuwe straten door de belegeraars veroverd en verwoest, steeds vreeselijker woedden hongersnood en ziekte binnen Mexico. Prescott schildert ons den nood der belegerden met de volgende treffende woorden:

«Alle gewone voedingsmiddelen hadden reeds sinds lang ontbroken en nu rekten zij hun leven zoo goed als zij kouden door middel van wortels, die zij uit de aarde groeven, door den bast van de hoornen af te knagen, door het eten van gras, kortom van alles, hoe walgelijk hel ook mocht zijn, dat slechts in staat was hun razenden honger te stillen. Hun eenige drank was het brakke water, dat uit den met het zout van het meer verzadigden bodem opborrelde. Door dit ongezonde voedsel en de daardoor veroorzaakte ziekten versmolt de bevolking onophoudelijk. Dagelijks werden er menschen ziek en stierven onder de hevigste folteringen van den honger, terwijl de bleeke en vermagerde overlevenden slechts hun lijd schenen at te wachten.

Dit alles bemerkten de Spanjaarden, toen zij dieper 111 de st.nl doordrongen en de wijk Tlalelolco naderden, die de belegerden thans bezet hielden. Zij bespeurden, dat de bodem was omgewoeld, 0111 naar wortels en onkruid te zoeken, dat de hoornen van hunne groene loten, van hun looi

Stkeckfvss. V.

Sluiten