is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dood van Johannes Borgia. Schandelijke leefwijze te Rome.

terug, maar niet de hertog van Gandia, wiens lijk eindelijk in den Tiber gevonden werd, zonder van zijne kostbaarheden beroofd te zijn. Een werkman verklaarde, gezien le hebben dat hel lijk van den vermoorde in de rivier geworpen werd. Op de vraag, waarom hij dit niet had aangegeven, gaf hij koeltjes ten antwoord: »Ik heb in mijn leven wel honderd zulke lijken in den Tiber zien werpen, en nooit heeft iemand daarnaar gevraagd. Waarom zou ik ditmaal opschudding verwekken?"

Dat Cesar Borgia de moordenaar van zijn broeder was, werd door niemand betwijfeld, zelfs niet door den vader, die wel zijn oudsten zoon diep betreurde, doch den jongeren vergiffenis schonk, ja hem zelfs vergunde alle vruchten van den moord te plukken. Hij stond hem namelijk toe, den geestelijken stand te verlaten en pogingen aan te wenden om eene wereldlijke heerschappij voor het huis Borgia le verkrijgen.

Alexander VI had buitendien goede reden om zeer vergevensgezind te zijn. Zelf ging hij zijne zonen op den weg voor, dien ook zij hadden ingeslagen. Door middel van gehuurde dolken of van een snelwerkend vergil liel hij allen onschadelijk maken, die hem tot overlast werden. Ook was hij in weerwil van zijn gevorderden leeftijd nog even losbandig als een hartstochtelijk eu onervaren jongeling. JJog korl vóór den dood van den hertog van Gandia had zijne toenmalige minnares Giulia Orsina, gewoonlijk Giulia Bella da 1'arnese genaamd, hem een zoon geschonken, dien hij als zoodanig ook erkend had. Giulia verscheen bij alle kerkelijke feesten schaamteloos in het openbaar en gedroeg zich geheel alsof zij de wettige gemalin des pausen was.

De berichten, door geloofwaardige ooggetuigen ons medegedeeld, schetsen ons met aanslootelijke nauwkeurigheid de schandelijke leefwijze van den paus en zijne kinderen. Wij gaan die stilzwijgend voorbij, doch willen onze lezers een enkelen blik in dien poel van zedenbederf doen werpen, door eenige regels uil Friedrich von Baumers «Geschiedenis van Europa sinds het einde der 15° eeuw" aan te halen:

«Wreedheid en wellust, vrees en vermetelheid, ongeloof en bijgeloof gingen gelijk zoo menigmaal hand aan hand , en hel gevoel der verhalers is niet zelden zoo verstompt, dal zij de aanslootelijkste en schandelijkste dingen als de meest gewone en natuurlijkste zaken der wereld mededeelen. Wij moeten, om althans één treffend voorbeeld aan le halen, gewag maken van het groote feest, dat de reeds 72jarige paus voor zich zelf, zijne dochter Lucrelia en zijn hof aanlichtte. Allen waren verzameld op eene galerij, welke boven rondom eene zaal liep. Beneden in deze zaal bevonden zich (gelijk de opperhofmeester Burkard verhaalt) vijftig lichtekooien, die eerst in eene luchtige kleeding, doch vervolgens geheel ongekleed dansten. Hierop wierp men van de galerij kastanjes naar beneden, om zich te vermaken mei den aanblik der verwarring en der verschillende houdingen, welke zich bij het bukken, opstaan, grijpen, enz. voordeden. Hiermede nog niet tevreden, liel men de manlijke bedienden van lageren rang binnenkomen. Het woeste dansen werd nu hervat; daarop gaf de paus verlof lot het bedrijven van de schandelijkste ongebondenheid, ja, liet hij belooningen schenken aan hen, die zich hierbij in een ot ander opzicht hel meest onderscheidden. Heeft men meer van noode dan dal eene verhaal, dal zelfs door den ofiicieelen geschiedschrijver der kerk niel geloochend wordt, om de misbruiken en zonden, waartegen de hervormers hunne stem verhieven, geloofwaardig le achten en hun ijver te begrijpen?

Eene scherpe en vreemde tegenstelling met deze te Bome aan het pauselijk hof heerschende zedeloosheid vormde de bijna overdreven gestrengheid van zeden, die men sinds de verdrijving van Pietro de Medici le Florence in acht nam. Zij was de vrucht der onvermoeide pogingen van een uitstekend man. den Dominicaan Girolamo Savonarola, die in den strijd, welken hij tegen liet zedenbederf der geestelijkheid voerde, weldra de martelaar zijner overtuiging worden zou.