Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luthers werkzaamheid tegenover geringen en aanzienlijken.

Wat Luthers vrienden gevreesd hadden, gebeurde. De tegenstanders der hervorming trokken van het huwelijk van den gewezen monnik partij, om al hun gal op hem uit te spuwen, om hem te belasteren en verdacht te maken. Deze lasteringen worden nog heden ten dage door menig katholiek geschiedschrijver grelig herhaald. Zij verzekerden, dal Lulher Iwee wagens vol nonnen uit een klooster gehaald en de schoonste van alle, de abdis," tol zijne bijzit gekozen had. dat hij vervolgens met haar gehuwd was en reeds f.e^e..wee'1 daarna het doopfeest van zijn kind had gevierd. Anderen — no<* liefelijker! beweerden, dat Catharina van Bora twee jaren lans in een slecht huis Ie Wiltenberg gewoond bad en dat Lulher haar daar had leeren kennen.

Zonder zich aan deze verdacht making te sloren, ging Lulher op den we" der hervorming voort. In vereeniging mei Melanchthon was hij rusteloos bn monde en geschrifte werkzaam. Met zijn vriend bezocht hij de steden en scholen van Saksen, overal nam hij maatregelen ter verbetering en daarbij schreef bij mei slalen vlijt. Zijne bijbelvertaling, zijn catechismus en een aantal andere geschriften getuigden van zijn onvermoeiden ijver.

Zijne eigen aanhangers baarden hein de grootste zorgen. Hadden reeds de boeren, die zijne denkbeelden omhelsd hadden, tegen zijn wil de wapenen opgevat en hem gedwongen zich krachlig tegen hen te verzetten, thans noodzaakten ook de edelen en de vorsten hem heftige woorden lot hen te richten.

Vele edelen en zelfs vele vorsten omhelsden de nieuwe leer met een inderdaad vurigen ijver, gedeeltelijk echter uit zeer onzuivere beweegredenen. De rijke prebenden, de abdijen en bisdommen, die opgeheven konden worden, vei lokten de vorstelijke en adellijke heeren, ze leverden voor eene verandering van geloofsbelijdenis een heerlijk loon op.

Tiet opheffen van de kloosters en de vereeniging van de goederen dier instellingen met de adellijke of vorstelijke bezittingen was voor de groote heeren zeer aangenaam, doch zij wilden daarvan niet gaarne iets uitgeven en Joch was het noodig, aanzienlijke geldmiddelen te besleden om scholen te stichten, orde te stellen op de zaken der nieuwe kerk en hare predikers te bezoldigen.

Tol deze gierige eu hebzuchtige grooten en vorsten richtte Luther hel woord op dezelfde krachtige, maar dikwijls ook scherpe wijze, waarop hij meer dan eens de boeren toegesproken had. Hij greep hen ernsli" 111 het geweien, hoewel hij hel niet altijd ongeoorloofd achlle, de zucht naar uitbreiding van grondgebied van enkele vorsten in de hand Ie werken, indien bij zich daarvan voor de hervorming eenig voordeel beloofde. Uil dit beginsel handelde hij althans, toen hij de horschepping van den geestelijken staat der Duitsche ridders in een wereldlijk hertogdom krachtig bevorderde. p

p /'•' ',el,.iaar was markgraaf Albrecht van Brandenburg van de

Frankische linie tot grootmeester der Duitsche orde in Pruisen verkozen. Hoewe Albrecht een neef van den Poolschen koning Sigismund was, waagde hii toch eene poging om den ridderslaat van de Poolsche opperheerschappij te ontdaan en opnieuw geheel onafhankelijk te maken. Doch deze poging mislukte en tevergeefs zag Albrecht in Duilschland naar hulp tot een oorlog legen Polen om. °

Dit alles sleepte voor de orde noodlottige gevolgen na zich. Albrecht had te \\ i Hen berg een onderhoud met Lulher en Melanchlhon: beiden rieden hem. den geestelijken staat der Duitsche orde in een wereldsch gebied te herscheppen.

Deze raad vond gereeden weerklank in des grootmeesters ziel. Hij keerde naar I ruisen terug, knoopte onderhandelingen aan met zijn oom Sigismund van 1 olen en werd het met dezen spoedig eens, daar hij niet aarzelde een deel

Sluiten