Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wederdoopers meester van de stad. Zedenbederf.

eene nieuwe verkiezing van raadsleden plaats vond, werden alleen wederdoopers gekozen. Knipperdolling werd een der burgemeesters.

Met eiken dag greep de beweging meer 0111 zich heen; de wederdoopers, bedwelmd door hunne zegepraal, verloren alle voorzichtigheid, alle matiging uil het oog; zij trokken naar de kerkgebouwen en vernielden daar alles; zij beroofden de heiligdommen van hunne versierselen en rukten de altaren omver. Heerlijke kunstgewrochten werden in die dagen door de vandaalsche woede des volks vernield. Ook de bisschoppelijke wapenschilden werden van de openbare gebouwen afgerukt en in het stof vertreden.

Met dezen overmoed der wederdoopers ging het zedenbederf hand aan hand. Zinlijkheid en godsdienstige dweepzucht zijn — getuige de geschiedenis! — menigmaal nauw met elkaar verbonden. Hetzelfde verschijnsel, als bij de Koningsberger huichelaars, deed zich ook bij de wederdoopers voor.

Jan Matlhijssen hield in het huis van Knipperdolling nachtelijke bijeenkomsten. In gloeiende taal predikte hij hier voor vrouwen en meisjes, mannen en knapen; hij verklaarde voor hen het boek Genesis en zoodra hij aan de woorden kwam: »Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u!" werden de lichten uitgebluscht.

Wat dan in het duister geschiedde, wordt natuurlijk niet vermeld, doch de lijdgenoolen beweerden, dat de grofste onzedelijkheid gepleegd werd.

Deze bijeenkomsten werden de vuurdoop genoemd en vooral de vrouwen namen daaraan met eene alles behalve reine geestdrift deel.

Hoe duidelijker het karakter der beweging in Munster aan het lichl kwam, des te krachtiger traden ook hare tegenstanders legen haar op.

De bisschop van Munster verzamelde een leger en sloot daarmede de stad in. Zijne soldaten beloofde hij. in plaats van soldij, de plundering deirijke oproerige stad, onder voorwaarde dat de helft van den gemaakten buit hem zou toebehooren. Ook wendde hij zich om hulp lot de naburige vorsten, die hem hun steun toezegden.

De aartsbisschop van Keulen, de hertog van Cleef, de graven van Lippe en van Benlheim en een groot aantal andere vorsten, graven en rijkssteden zonden geschut en krijgsvoorraad naar des bisschops legerplaats. Van alle zijden werden kanonnen aangebracht, onder anderen zond de landgraaf van Hessen twee stukken, die reeds door hun naam schrik aanjoegen — want naar de gewoonte dier dagen werden aan de beroemde kanonnen steeds namen gegeven —; het ééne heette »de duivel", het andere «des duivels moer.

Met die versterking meende de bisschop tegenover den vijand zonder bezwaar aanvallend te werk te kunnen gaan. Allen die onder verdenking lagen van aanhangers der wederdoopers te zijn, werden in de naburige steden en dorpen gevat en groolendeels ter dood gebracht. Vrouwen en kinderen werden verdronken of naar de brandstapels gevoerd; de huiten de stad gelegen goederen der Munstersche burgers werden zonder vorm van proces verbeurd verklaard ten voordeele van den bisschop. Zoo was Munster van alle zijden ingesloten. Jan Matlhijssen. de profeet, wiens aanhang met den dag aangroeide, kondigde op zekeren lijd eene predikatie aan, waartoe de bevolking der stad door een kanonschot opgeroepen werd.

..Het is de wil des Vaders!" zoo riep hij met woeste gebaren, «dat het nieuwe Jeruzalem en de tempel van alle onzuiverheid gereinigd worden! Alle papisten, alle Lutheranen, allen iu één woord, die zicli niet hij de wederdoopers hadden aangesloten, moesten sterven, opdat eene republiek ontstaan zou. die op Christus' wet gevestigd en gegrond zou wezen, gevormd uit die volken welke den hemelschen Vader ongestoord dienen konden. Geen enkele ongeloovige mocht blijven leven, allen moesten van de aarde verdelgd svoiden.

Een donderende juichtoon begroette de rede van den profeet, reeds maakten de wederdoopers zich gereed 0111 alleu te vermoorden, die hunne loer niet omhelzen wilden, toen Knippeiilollinjz optrad en uitriep: »Het is

Sluiten