Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verzet tegen liet interim. Het Leipziger interim.

was omgekocht. Anderen verhaalden, dat hij een bisdom had willen verwerven. De straatjongens zongen liedjes, waarin tegen het interim, als een valstrik voor de protestanten, gewaarschuwd werd. Vlugschriften en spotschriften verschenen overal. Eene comedie werd gedicht, waarin men Agricola, wiens vader kleermaker was geweest, voorstelde, terwijl hij een hemd, dat' hem door den paus besteld was, knipte, om daarmede Luthers naaktheid te bedekken. Een Spanjaard vraagt hem, wat hij daar toch uitvoert. Hij antwoordt: »een onderhemd." De Spanjaard, onbekend met de taal, maakt daaruit het woord «interim" *).

Ook spolprenten werden allerwege ten toon gesteld. In de nog altijd streng proteslantsche stad Maagdenburg, die door den keizer reeds in den rijksban gedaan was, werden zelfs spotmunten geslagen, zoogenaamde interimsthalers, die een driehoofdig monster vertoonden, met het randschrift: Packe dich Satan, du Interim (Hale de Satan het interim).

Het volk wilde nergens iels van het interim weten, en ook de vorsten hadden het slechts stilzwijgend goedgekeurd, wijl de moed hun ontbrak om zich er tegen Ie verzetten. Zij waren in den vollen zin des woords overrompeld.

Karei deed zijn uiterste best om ben door voorkomendheid voor zich te winnen. Reeds den 2Vn Februari, zijn eigen geboortedag, had hij Maurits van Saksen plechtig met de hertogelijke en keurvorstelijke waardigheid bekleed.

Op de wijnmarkt te Augsburg was eene stellage met een troon opgericht en daar had de keizer, geheel volgens de oude overleveringen, de beleening voltrokken. Zoowel de keurvorsten als de keizer droegen bij die gelegenheid hun rijkste plechtgewaad. De vorige dagen schenen nog eens teruggekeerd.

Dit was de laatste plechtige opdracht van een leen onder den blooten hemel in Duitschland.

Doch deze houding des keizers baatte niets. Zelfs keurvorst Maurits, die zooveel verplichting aan den keizer had, nam het interim niet onvoorwaardelijk aan, maar verklaarde, dat hij daarover eerst zijne protestantsche geestelijken moest raadplegen. Het oordeel van deze godgeleerden, waaronder zich ook Melanchthon bevond, viel alles behalve gunstig voor het interim uit, hoewel Melanchthon zich op vele punten zoo toegevend mogelijk betoond bad.

Keurvorst Maurits, die gaarne 's keizers vriendschap wilde behouden, doch die levens de stemming der protestantsche bevolking zijner landen, welke hem buitendien niet zeer gunstig gezind was, in hel oog houden moest, nam eindelijk de toevlucht lot een middel dat noch den keizer, noch de overige protestanten bevredigde. Onder den naam van «Leipziger interim" werd door den keurvorst een ontwerp van wet tot regeling van de godsdienstzaken vervaardigd, hetwelk den katholieken te protestanlsch en den protestanten te katholiek was.

Nog minder buigzaam betoonden zich de andere vorsten. De broeder van keurvorst Joachim van Brandenburg, de markgraaf Johan van Kustrin, smeekte den keizer in persoon, dal hij hem van dien geloofsdwang ontslaan zou, en hij beriep zich daarbij op de trouwe diensten, welke bij in den Smalkaldischen oorlog aan Karei bewezen had en waarvoor hem volle vrijheid van godsdienst was toegezegd.

Na lang over en weder praten werd de keizer boos en beval den markgraaf, hem te verlaten. Dit geschiedde dan ook spoedig genoeg, reeds denzelfden avond vertrok Johan van Kustrin uit Augsburg. Even weerspannig gedroeg zich de Paltsgraaf Wolfgang van Tweebruggen. Slechts de keurvorsten van de Palts en van Brandenburg onderwierpen zich aan des keizers bevelen. Thans was er Karei V alles aan gelegen, den martelaar van het protestantisme, den afgezetten keurvorst van Saksen, Johan Frederik, over Ie halen om het interim aan te nemen; geschiedde dit, dan had de keizer eene reuzenschrede voor-

*) De Duitsche woordspeling «unterhemd" en «interim" gaat in onze taal geheel verloren.

Sluiten