Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles kwam er thans op aan, liet plan geheim Ie houden, want nog altijd bezaten de «zestien" eene groole macht, zij konden een aanzienlijk getal dweepzieke katholieken en trouwe vrienden der ligue onder de wapenen roepen en in vereeniging met de hinnen Parijs aanwezige Spaansche troepen zonder moeite hel kleine troepje royalisten overweldigen.

Het ging goed, tot aan het invallen van den nacht. Toen ontving de Spaansche gezant, de hertog van Feria, bericht dat men tegen hem een s'erraderlijken aanslag smeedde. Hij noodzaakte Bi issac om met eenige Spaansche soldaten de ronde te doen. De Spanjaarden ontvingen in last om zoodra zij iets verdachts bespeurden den gouverneur neer te sloolen.

Het geluk begunstigde Brissac. In den donkeren regenachligen nacht kon men niet ver van zich af zien. De Spanjaarden zagen niets van de troepen van Hendrik IV, die reeds dicht tot de stad genaderd waren, zij vonden de poorten en muren geregeld bewaakt en nergens ontdekten zij iels, dat reden lot ongerustheid kon geven. De hertog van Feria moest Brissac wel gelooven, toen deze, van de ronde teruggekeerd, al de verontrustende geruchten voor onnoozel wijvengeklap verklaarde. Hij ging gerusl naar bed en 00.5 de Spaansche soldalen zochten hun legerstede op, terwijl Brissac het paleis heimelijk omsingelen liet en bevel gaf, ieder, die het verlaten wilde, neer te stooten.

Hendrik IV had intusschen de koninklijke bezettingen uit de verschillende naburige sleden bij St. Denis samengetrokken. Zij waren slechts 4009 a 5090 man sterk, maar hun aantal was voldoende, dewijl de koning op ondersteuning van de zijde der Parijzenaars hoopte.

Omstreeks vier uur in den morgen werden de poorten in alle stille geopend; de troepen trokken de stad binnen en bezeilen terstond de voornaamste pleinen en stralen. Tegenstand ontmoetten zij bijna nergens, de liguislen waren zoo verrast, dat zij niet naar de wapens durfden grijpen; slechts eene bende Duitsche lansknechten, die zich verzameld had, moest met geweld ontwapend worden.

Kort daarop verscheen ook Hendrik IV aan hel hoofd zijner ruiterij, omringd door zijne aanzienlijkste edelen. Brissac en L'Huillier reikten hem de sleutels der slad over. Aanvankelijk vreesde Hendrik IV nog wel, dat nog in hel laatste oogenblik door de liguislen een wanhopige strijd beproefd zou worden, doch hij slelde zich gerust, loen hij zag dat het volk, hetwelk zich in gioolen getale verzamelde, hem niet met vijandige kreten, maar met den juichtoon: «Leve de Koning!" begroette.

Hij begaf zich terstond naar de kerk van Nolre Dame, om een bewijs van zijne trouw aan liet katholieke geloof te geven, en woonde hier eene mis en een Te Deum bij. Deze eerbied voor het katholicisme werkte zeer gunstig op liet volk en de goede stemming der burgerij werd nog verhoogd, toen Brissac, L'Huillier en andere aanzienlijke burgers gedurende de godsdienstoefening, door herauten en trompetters vergezeld, door de slad trokken en overal gedrukte proclamaties uildeelden, waarin de koning eene algemeene amnestie afkondigde. Deze amnestie en de gunstige vredesvoorwaarden verwekten zulk eene blijdschap, dat de koning, toen hij de kerk verliet, ontvangen werd met de juichtonen: »Leve de koning! Leve de vrede! Leve de vrijheid!" Hij trok naar hel Louvre, waar hij aan een open latei zijn maaltijd hield. Thans kon hij zich eindelijk in waarheid als koning van Frankrijk beschouwen, al had hij ook nog menigen strijd tot beveiliging van zijne kroon te voeren.

Intocht van Hendrik IV in Parijs.

Sluiten