Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bothwells vlucht en dood. Maria Stuart te Lochlevin.

603

de Noorsche kusten onveilig maakte. Hij geraakte in Deensche gevangenschap. Tien jaren zuchtte hij in den kerker, waarin hij tot waanzin verviel, totdat eindelijk de dood hem verloste.

Verlaten door haar onwaardigen gemaal, zag Maria Stuart zich uiet langer in staat aan de verbondenen het hoofd te bieden. Dezen hadden voor haar en haar zoon de wapenen opgevat, aan hen meende zij zich na Bothwells vlucht te kunnen overgeven. Wellicht had zij door zachtmoedigheid en vergevensgezindheid den adel voor zich kunnen winnen, doch dit duldde baar koninklijke trots niet. Openlijk sprak zij haar ongenoegen over den opstand uit en dreigde zij zich te wreken op hen, die hare koninklijke rechten aangerand hadden.

De oproerige edelen waren door Maria's onverstand genoodzaakt tot redding van hun eigen leven de koningin met de grootste gestrengheid te behandelen. Zij voerden haar naar Edinburg, bet volk overlaadde haar op dien tocht met blijken van verachting, noemde haar eene echtbreekster en afgodendienares en droeg een vlag voor haar uit. waarop zoowel het lijk van Darnley als de beeltenis van haar zoon afgeschilderd waren, de laatste knielend en biddend: »Heer, richt gij mijne zaak en wreek mij!"

Maria Stuart zag te laat in, dat zij, vervolgd door den haat en de verachting des volks, machteloos tegenover den adel stond. Thans trachtte zij door smeekingen en door betuigingen van hare onschuld de harten te roeren, maar niemand geloofde haar.

Doch wat moest er met de gevangen koningin geschieden? Over die vraag waren de verbondenen het niet eens. De dweepzieke protestanten eischten, dat de echtbreekster en moordenares ter dood veroordeeld zou worden, dewijl zelfs de koninklijke kroon de misdadigster niet tegen de rechtmatige straf beschermen mocht. Dit gevoelen vond intusschen geen weerklank. De meer gematigden vreesden de wraak der overige vorsten; ja zelfs Elisabeth van Engeland, Maria's biltere vijandin, verklaarde zich tegen den opstand en drong op de invrijheidstelling van de gevangen koningin aan. Zóó geheel Elisabeths wenschen in te willigen, was in bet oog der verbondenen onmogelijk. Beeds hunne zucht tot zelfbehoud verbood hun, Maria Stuart ooit weder in het bezit van de koninklijke macht te stellen. Zij brachten haar naar bet slol Lochlevin en hielden haar hier onder strenge bewaking; door bedreiging persten zij haar de onderteekening van eene oorkonde af, waarbij zij afstand deed van de regeering en baar hallbroeder, graaf Murray, lot voogd van haar eenjarigen zoon en tot regent van Schotland benoemde. Den 29en Juli 1 ')07 werd de kleine knaap onder den naam van Jacobus VI tot koning gekroond.

Graaf Murray, die zich in Frankrijk bevond, keerde naar Schotland terug, hij nam de teugels van het bewind in handen en voerde die met ernst en kracht. Hij maakte een eind aan de wanorde, waaraan het land ten prooi was, beteugelde de aanmatiging van den bandeloozen adel door gestrenge handhaving van de wetten en betoonde zich in alle opzichten een bekwaam regent. Het parlement, hetwelk hij in December 1567 bijeenriep, bekrachtigde alles wat geschied was; het verklaarde, na een grondig onderzoek, Maria medeplichtig aan Darnley's dood en vervallen van den troon.

Maria doorleefde, terwijl dit alles plaats had, treurige dagen op het slot Lochlevin. Zij was volkomen afgesloten van de buitenwereld en werd door lord Douglas, een jongeren halfbroeder van graaf Murray, streng bewaakt. Doch zij was nog altijd eene schoone vrouw en kon, wanneer zij dit wilde, eene betooverende beminlijkheid aan den dag leggen. Op het slot Lochlevin speelde zij de rol van ongelukkige, vervolgde lijderes en hel gelukte haar hierdoor, lord Douglas geheel in hare strikken te vangen. Met zijne hulp ontvluchtte zij den 21'" Mei 4568.

Nog waren er in Schotland ook onder den adel vele ijverige katholieken, die slechts voor de overmacht gezwicht waren en die, naijverig op de macht

Sluiten