Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Essex in Ierland. Verdrag. Essex in ongenade.

toe. Hij ontving liet bevel over 20,01)0 man voetvolk en 2000 ruiters. waarmede hij in de lente van 1599 naar Ierland overstak.

De vermetele hoop op eene gemakkelijke zegepraal, welke Essex gekoesterd had, werd verijdeld; zijne vijanden beweerden omdat hij groote misslagen begaan had, hij zelf schreef brieven aan Elisabeth, waarin hij zich beklaagde, dat zijn tegenstander Robert Cecil en anderen schuld aan den taaien weerstand der opstandelingen en de ontrouw der Engelsche troepen hadden. Doch zijne verontschuldigingen en klachten overtuigden Elisabeth niet. Zij was boos over het mislukken zijner pogingen, schreef hem een strengen brief en verbood hem naar Engeland terug te keeren. eer hij den opstand onderdrukt of eene bijzondere vergunning ontvangen had om voor haar te verschijnen.

In plaats van te gehoorzamen, sloot Essex eigendunkelijk met Tvrone een verdrag, waarin hij den opstandelingen volle amnestie, vrije uitoefening van den katholieken eeredienst en andere zeer voordeelige voorwaarden toestond ; vervolgens keerde hij, zonder eerst het verlof daartoe af te wachten, naar Engeland terug. Hij vertrouwde zóó vast op de gunst, waarin hij bij de koningin stond, dat hij overtuigd was zich zonder moeite te kunnen rechtvaardigen en reeds door zijne verschijning aan het hof zijne tegenstanders ten val te kunnen brengen. Zonder zich de moeite te geven om het stof der reis van zijne kleederen te schudden, drong hij, zooals hij uit den wagen klom, in de vertrekken der koningin door, om haar terstond te begroeten.

Elisabeth was zoo verheugd, haar lieveling weer te zien, dat zij hem vriendelijk ontving; doch deze gunstige stemming veranderde spoedig, toen hare raadslieden haar voorhielden, dat zij zulk eene ongehoorzaamheid niet ongestraft mocht laten, en toen Essex zelf eischte, dal zijn onvoordeelig, met de opstandelingen gesloten verdrag door de koningin bekrachtigd zou worden. De vijanden van den graaf drongen op hel nemen van strenge maatregelen aan en Elisabeth gevoelde zich verplicht hun raad op te volgen. Essex werd in hechtenis genomen en zoowel van het lersche stadhouderschap ontzei als beroofd van een voordeelig handelsprivilegie, waaruit hij aanzienlijke inkomsten getrokken had. Wel ontving hij spoedig zijne vrijheid terug, maar van het hof bleef hij verbannen, hoewel hij een zeer deemoedigen brief aan Elisabeth schreef.

De trotsche graaf was hevig verbitterd, hij sprak zeer oneerbiedig over de koningin, die hij een leelijk, naar lichaam en geest verwelkt oud wijf noemde. Zijne woorden werden Elisabeth getrouwelijk overgebracht; daardoor gal hij zelf zijnen vijanden de wapens tegen hem in handen. Elisabeth was diep verontwaardigd op den ongehoorzamen en ondankbaren man, die hare lieide met smaadredenen vergold. Zij gevoelde zich beleedigd als vrouw en als koningin en in die laatste waardigheid meende zij verplicht te zijn den overmoedigen graaf te straften.

Deze tartte haar door zijne voortdurende dwaze en onvoorzichtige handelingen als het ware uil.

Essex had zich door zijn edelmoedig karakter en zijne voorkomende vriendelijkheid bij het volk zeer bemind gemaakt en zich vele aanhangers verworven. De laatsten gaven in woorden en geschriften luide hunne afkeuring er over te kennen, dat zulk een verdienstelijk man door de koningin achteruitgezet en slecht behandeld werd. Essex liet dit niet alleen toe, inaar werkte zelfs het verspreiden van zulke denkbeelden in de hand ; hij trad in verbinding met alle tegenstanders van Elisabeth, zoowel met de katholieken als met de dweepzieke puriteinen. Ook aan Jacobus VI schreef hij een brief, waarin hij hem beloofde, 's konings erfrecht op den Engelschen troon te erkennen en te handhaven. Een parlement moest worden bijeengeroepen en de koningin gedwongen worden om de besluiten dier vergadering uil te voeren, d. i. naar den wil van Essex te regeeren.

Sluiten