Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TACHTIGSTE HOOFDSTUK.

Zweden. Gustaaf I Wasa. Armoede der kroon. De Zweedsche hervormers Olaus en Laurentius Petri en Laurentius Andreiie. De hervorming door Gustaaf Wasa bevorderd. Belasting aan de geestelijkheid opgelegd. Pest. Hongersnood. Oproerige gezindheid der hooge geestelijkheid. Wreede straffen. Verbeurdverklaring van de geestelijke goederen. Opstand der Daalmannen. De rijksdag te Westeras. Gustaaf legt de kroon neder. Onderdanigheid der stenden. Uitbreiding van de koninklijke rechten. Gustaafs gematigdheid bij het invoeren van de hervorming. Onderdrukking van deu opstand. Verheffing van de koninklijke macht. Gustaafs hebzucht. Zweden in een erfelijk koninkrijk herschapen, 's Konings verdiensten ten aanzien van het binnenlandsch bestuur. Oorlog met Rusland. Oorlog met Lubeck. Bloei van haudel, nijverheid en landbouw in Zweden. Huiselijk verdriet en dood van Gustaaf.

Guslaaf I Wasa, de bevrijder van Zweden, wordt door de geschiedschrijvers mei ingenomenheid geschilderd als een vorst, die vreemd aan alle eerzucht en eigenbelang alleen voor hel welzijn van zijn land geleefd heeft; dewijl Zweden hem behalve de bevrijding van het Deensche juk, ook de invoering van de hervorming dankt, wordt natuurlijk ook zijne trouw aan zijne godsdienstige overtuiging geprezen. Het is te bejammeren, dat door zulk eene overdrijving, door opzettelijk valsche en vleiende voorstellingen het beeld van den in weerwil zijner gebreken voortretïelijken man geheel misvormd wordt. Maar ook zonder die bedriegelijke versierselen blijft hij ons een man, aan wien zijn vaderland onuitsprekelijk groote verplichting heeft.

Gustaaf I had met de kroon van Zweden de moeilijke laak aanvaard om het in vele opzichten zoo zwaar geteisterde land weer lot rust en welvaart te brengen. Voor hel oogenblik juichte hel volk hem toe en scheen hel gestemd om hem in alles te gehoorzamen; maar hij wist zeer goed, dal hij weldra meer dan een zwaren strijd Ie voeren zou hebben; hij kende den naijver des adels, den tegenzin der geestelijkheid en de wispelturigheid des volks.

In de langdurige onlusten, waaraan thans een einde gemaakt was, hadden de aanzienlijke edelen zich op hunne landgoederen eene bijna vorstelijke macht verworven en de inkomsten, die vroeger aan de kroon behoorden, zich toegeëigend. Op dezelfde wijze had de hooge geestelijkheid gehandeld, die in bel bezit was van groote rijkdommen, en zelfs de boeren, op wier hulp bij de oproeren steeds gerekend was, beloonden zich volstrekt niet meer geneigd de kroon door liet opbrengen van belastingen te ondersteunen.

En toch beschouwde Gustaaf Wasa bet als zijn eersten plicht, der kroon nieuwe bronnen van inkomsten te verschaften. Zonder geld kon hij deze geen luister bijzetten, noch zich toerusten legen oorlogsgevaar, dat hem nog altijd van de zijde van het buitenland bedreigde. Denemarken had immers zijne aanspraken op Zweden volstrekt niet opgegeven en zelfs Chrisliaan II, hoewel voortvluchtig, bezat nog vele aanhangers.

De vorsten van üuitschland gaven in die dagen aan al hunne broeders,

Sluiten