Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verdere uitbreiding van Gustaafs macht.

de kerk gekomen was. Eindelijk werd hel recht der predikers om hel zuivere woord Gods le verkondigen erkend.

Vele. vele jaren duurde hel, eer de op den rijksdag le Westerns vastgestelde bepalingen in Zweden volledig toegepast konden worden, maar zij waren eenmaal vastgesteld en Gustaaf kon op dien grondslag voortbouwen. Hij ging daarbij met evenveel kracht als bedaardheid te werk. De goederen der hooge geestelijkheid nam hij zonder verschooning in beslag, zonder zich om de noodkreten der beroofden te bekommeren; doch aan den anderen kant legde hij bij de invoering van de Lulhersche leer volstrekt geen dweepzieken ijver aan den dag. Hij eerbiedigde de eeuwenoude vormen van den katholieken eeredienst, waaraan hel volk gehecht was, en temperde den overdreven ijver der Zweedsche hervormers. Hoewel onder hel voorzitterschap van den kanselier Laurentius Andreae te Oretro in het jaar 1529 beraadslagingen gevoerd werden over de vraag, hoe men eene groolere overeenstemming zou kunnen brengen in de vormen van den eerediensf, werden toch de katholieke plechtigheden nergens volstrekt verboden. Gustaaf wilde, dat de beginselen der hervorming door eigen kracht zouden wortel schieten en niet met geweld opgedrongen worden. Hij begunstigde de hervormingsgezinde predikers, o. a. benoemde hij Laurentius Pelri tol aartsbisschop van Upsala 1531 , doch hij vervolgde de katholieken niet. Daarbij ging hij met kracht elke aanmatiging van de zijde der proteslantsche geestelijken tegen en bij joeg dezen daardoor zoozeer legen zich in het harnas, dat zelfs Olaus Petri en Laurentius Andreae hem vijandig gezind werden, en bij een opstand, legen hem partij kozen. Beiden werden gedaagd voor eene rechtbank, waarin de aartsbisschop Laurentius Petri hel voorzitterschap bekleedde, zij werden Ierdood veroordeeld, dewijl zij oproerige predikatiën gehouden, met minachting van den koning gesproken en verraderlijke plannen, waarvan zij in den biechtstoel kennis hadden gekregen, niet bekend gemaakt hadden. Hoewel Gustaaf den veroordeelden hel leven schonk, joeg het rechtsgeding dezer beide hoogaanzienlijke mannen den overigen protestantschen geestelijken zulk een schrik aan, dal zij het niet waagden weder legen den koning in verzei le komen.

Ook de katholieke geestelijkheid en hare aanhangers, de boeren, wist Guslaaf in toom te houden; wel gelukte hem dit eerst na een langdurigen strijd en niet altijd door de eervolste middelen, maar bij behield ten slotte toch de overhand.

Bij de telkens herhaalde oproerige bewegingen begon hij steeds met bel aanknoopen van onderhandelingen; bij achtte bet niet beneden zich, beloften te doen, die bij nooit van plan was le houden, en daardoor de opstandelingen te verdeelen en te verzwakken, om hen dan ten slotte met kracht ten onder te brengen. Na de zegepraal gedroeg hij zich wel niet wreed, ja zelfs — wanneer wij liern mei zijne lijdgenoolen vergelijken — tamelijk zachtmoedig, maar bij schroomde toch nooit de hoofden van den opstand in grooten getale ter dood te doen brengen. Zoo geschiedde het na de onderdrukking van den opstand der Daalmaunen in liet jaar 1528, en ook na een lateien opstand, welks onderdrukking hen voor den ganschen duur van Gustaafs regeering tot rust bracht.

Gustaafs doel gedurende zijne geheele langdurige regeering was, zijne koninklijke macht zoowel tegenover zijne onderdanen als tegenover het huilenland le bevestigen, ten einde haar aan zijn geslacht als erfdeel te kunnen nalaten. In de keus der middelen tot bereiking van dit doel was bij niet zeer nauwgezet, vooral was bij er op uit zich geld te verschaften op eene wijze, die in geen enkel opzicht gerechtvaardigd worden kan; hij wist toch zeer goed, dal goud ten allen' tijde een der hechtste grondslagen van de macht geweest is. Niet alleen nam hij de geestelijke goederen ten behoeve der kroon in beslag en legde hij willekeurige belastingen op, maar hij eigende zich ook landgoederen en hoeven toe, waarop bij geen recht bad, en nam daarbij vaak

Sluiten