Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning Sebastiaan. Kardinaal Hendrik. Sebastiaans avontuurlijke plannen.

gerichten en menige andere, door Johati III lol stand gebrachte verbetering zouden ons licht in den waan brengen, dat Portugals inwendige toestand onder Johans regeering zeer voldoende was. Doch dit was niet het geval, want Johan III voerde twee nieuwe instellingen in, die zoowel zijn land als zijner dynastie lol verderf zouden strekken.

Johan was een ijverig katholiek, zelfs onverdraagzamer dan de paus en bereid om eiken afvalligen Christen te vuur en te zwaard te vervolgen. Zijn geloofshaat trof voornamelijk de zoogenaamde Joden-christenen, dal wil zeggen, zulke Joden, die, om de vervolgingen te ontgaan, tol het Christendom overgegaan waren en aan wier rechtzinnigheid de koning niet geloofde. Hij beschouwde hen nog als geheime Joden en achtte hen daarom strafbaar.

"Ü verzocht van paus Clemens VIII de invoering van de inquisitie in Portugal. Doch de paus weigerde dit; hij trok zich zelfs de Joden-christenen aan en zijn opvolger Paulus III ging nog verder: hij verbood bij eene bul van 12 October 1533 elk onderzoek naar het geloof der nieuwbekeerde Christenen.

Slechls met groole moeite wist Johan III eindelijk den tegenstand van den paus te overwinnen en te bewerken, dal deze de invoering van de , inquisitie in Portugal toestond. De broeder des konings, kardinaal Hendrik j werd weldra tol grootinquisiteur benoemd.

Voortaan rookten ook in Portugal en in Portugeesch-Indië tal van brandstapels ter eere Gods, en het juk der priesterheerschappij woog zwaar op het reeds ontzenuwde volk.

Nog nadeeliger voor het land en nog noodlottige!' voor Johans dynastie was de vestiging der Jezuïeten in Portugal, welke de streng katholieke koning insgelijks bewerkte, dewijl deze met den meesten ijver aan de bekeering van de Aziatische, Afrikaansche en Amerikaansche heidenen werklen.

De Jezuïeten verwierven binnen korlen lijd een onbeperkten invloed aan het hof en in het land; zij maakten zich van de opvoeding en liet onderricht meester.

Koning Johan III stierf den 11'" Januari 1557. Al zijne kinderen waren vóór hem gestorven, hij liet slechls een driejarigen kleinzoon, Sebastiaan (1557—1578), na. In zijn testament bad hij zijne gemalin Calharina, de grootmoeder van den knaap, tot voogdes aangesteld; de geheime raad schonk hieraan zijne goedkeuring.

De koningin zwoer, dat zij rechtvaardig regeeren en zoowel alle voorrechten des adels en des volks als de oude gewoonten handhaven en beschermen zou. Met dit ernstig voornemen aanvaardde zij dan ook het regentschap, maar zij zag zich in hare pogingen overal gedwarsboomd door de Jezuïeten, die, daar zij door den kardinaal Hendrik krachtig ondersteund werden, zich van de opvoeding des jongen konings meester maakten en de koningin lellerlijk builen staal stelden verder te regeeren. Ouder voorwendsel, dat haar leeftijd haar niet langer veroorloofde, het bewind te voeren, legde Calharina in het jaar 1502 hel regentschap neer, in hare plaats trad de ooin van den knaap, kardinaal Hendrik. Deze gebruikte de hem verleende machl om den invloed der Jezuïeten nog te vermeerderen, hij liet hun de opvoeding van Sebastiaan geheel over.

De jonge koning was een knaap van een gelukkigen aanleg, doch door zijne opvoeding werd hij bedorven. Twee beginselen prenlte zijn biechtvader hem in. als de hoogste wel, waaraan hij zijn leven lang gehoorzamen moest: onbepaalde onderwerping aan den paus en haat tegen de ongeloovigen, die hij als koning bestrijden moest.

Toen Sebastiaan in hel jaar I5t>8, op den leeftijd van li jaar, zelf de regeering aanvaardde, was hij zóó diep doordrongen van het besef dezer verplichting, dat hij zijn voornemen uitsprak om een krijgstocht naar Iudië tot bestrijding van de heidenen te ondernemen. Slechts met moeite liet hij

Sluiten