Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwakheden, tevreden, over-tevreden met zichzelf, maar daardoor hard, pozitief, het zelf-bewust-sterke, wat zij in geen mensch kon uitstaan, denkelijk omdat zij-zelf zwak en wat grillig, behoefte voelde aan verteedering, vertroeteling, veel meer dan aan wijze raad, waarmee haar zuster telkens kwam aandragen, ook al omdat ze het ontvankelijke al lang afschudde, met opzet van zich hield. O, als zij nu toch eens iemand vond, waarmee zij zich geheel kon vereenzelvigen, één-worden, werken, tobben als 't moest, gelukkig, tevreden-zijn als 't kon, maar in elk geval, iemand, hetzij man of vrouw, waarmee je samen gaat in ééne vaste richting! Wat is toch eigenlijk een vrouw alleen? peinsde zij voort. Een notendop, die maar zwalkt zonder stuur, zonder doel op een groote zee, in de hoop 'n haven te vinden, 'n stuurman op te visschen, die eenmaal binnen, je niet ontziet, je laat drijven waarheen hij wil, zoodat je zwemt in eigen onmachtstranen, altijd bevreesd, dat hij gaat overspringen naar 'n ander schip, je aan eigen lot overlaten, of als-ie dat niet doet, roekeloos-onverschillig doorzeilt tot de spaanders eraf vliegen èn je beider leven onmeedoogend tegen de klippen stoot, één van beiden overboord of beiden reddeloos verloren, in schipbreuk stukgeslagen, als kadaver ergens neergesmeten. Zoo ging het toch hier, zoo ging het bijna overal;

Sluiten