Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paulowna moest haar rustkuur nemen en van Reelen ging een scheem maken van zijn plannen.

De geheele namiddag lag Anna Paulowna te staren, te droomen, met de drijfwolkjes voor zich, melkig-wit, zilverig omzoomd, waarin zij weer allerlei tafereelen zag: Amor, een rij engeltjes en oude mythologie-verbeeldingen. Haar gedachte maakte wonder-vreemde kapriolen.

Tegen vier uur kwam van Reelen beneden ; ze dronken een kop thee, keuvelden wat, en hij vertelde over zijn teekenen, ging toen erop uit, zijn gedachten wat opfrisschen.

Anna Paulowna lag op nieuw te staren, te mijmerdenken. Haar uitgelatenheid van de laatste dagen, het zonder-reden lachen, waarin haar spotzucht onderdook, de spotzucht vanmorgen nog even oplichtend in de plagerij met van Schoorle, die zij liebenswürdig vond, een aangename persoonlijkheid zonder diepte, toch prettig om mee te praten en uit te lachen, die uitgelatenheid lag bij haar nu weggezonken in een ernst van gedragenheid en kalme berusting, een doorvoeling van zomer, goeddoende aan al haar leden, de bevrediging, herkenning van langzaam-zekere genezing, gelijk in de eerste dagen te Arosa, toen zij, na de akute ziekte en de geleidelijke, geniepige slooping van 't beste, zich zag beteren en op krachten

Sluiten