Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den stier timmerde. Zweet gutste hem van 't rood opgezette gezicht, 'wijl de jongen wel 'n nikker leek vol bestoven met grijzen smoor. Toon rende al mee:

— Wil ik 'm overnemen ?

— Past 'r op, kechte Hendrik, t' enden adem, daar begint ie weer de mazuurka te dansen.

— Vort! brulde de kleine Baks vervaarlijk. Met, sprong het verwoede beest schrikkend op zijde. De slachters gierden en al doller ging het door de zomerheete straten. Toon had den staart tusschen zijn tangende knuisten vastgenepen en rukte snokkend, als het geweldige dier met onverhoedsche zijsprongen los wilde komen. Dan stonden ze stil in de ruischlooze neerdwarreling van het stof-goud poeierende licht, vóór de poort der slachtplaats.

— Gauw de deur open! foeterde Hendrik.

Al stormde de kleine stouwer het winkelhekje

in de Voorstraat open. Fel tjing! rinkelde de bel na. De beide slachters, die de handen vol hadden met het wreed te keer gaande beest, schreeuwden aldoor harder om die poort toch open te gooien. Kleine Baks brulde terug van — ja! maar die barre stem van den baas maakte hem zoo beroerd, dat ie den sleutel

Sluiten