is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot het uiterste

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den schaduwkoel over hun geschroeide gezichten.

— De koopman het de rooj en de twee veerzen gekocht. Daodelijk naar de Roskam brengen — voor — voor — hoe hiet-te gai nou ?

— Toon Ghijven — de koezijn van Koos Bergman, judaste hij vinnig en keek Smeenk knipoogend aan.

— Ouwes, ouwes! hakkelde de verblufte boer. Ko'p-te gij voor oe oome Koos! Z'n stem klonk schor van woede en nijdig schopte de bedotte 'n hoop klei-kluiten uit een, deed zijn rematieke been pijn, beet den korten pijpsteel aan gruizels en zei, nog ziedend van spijt: — 'k Zal er voor zorgen.

Als een weerlicht trok het helder door zijn donkere denken: hoe zal ik jou te grazen nemen? Zou hij zoo 'n gemeene streek onbetaald laten, dan konden ze hem wel kisten. Daar op stal stond wat! Het klonk al van zijn nog trillend murmelende lippen: — Nou 'k oe naom ken — wel seldrement ge lekt as twee druppels waoter op uwen onkel — ta-ta-ta — ouwe oogen — en 'n minsch op mijn jaoren — zoozoo — jao-t-ik — krek de zeun van meester Bergman — kom 'ne keer biennen — drienkt 'n borrel — kop koffie — zet oe.

Hij schonk twee glazen vol, en al fleemender