is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot het uiterste

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de slachterij naar den rood-gloeienden plavuisgrond, hel lichtend onder de neerflitsende zonnestralen.

— Hang wat voor die vensters — sebiet krijg-de er dol mee, riep Tienus.

— Mo'k ze dan los laten ? Gauw — gauw — 't steekmes verdomme . . . vlug ... ze begint al.

Maar Tienus snel, greep meê aan den halster, trok met woedend geweld den stug deinzenden kop naar omlaag. En beiden nu sa&mspannend met bovenmenschelijke kracht om het wilder wordende dier neer te krijgen, rukten met reuzengeweld, dat de wijd-gesperde neus tegen den ijzeren-ring in den vloer aan snoof. Geweldig balden de spieren der gebonden koe. Vier, vijf malen haalde Tienus het touw door den ring; toen als gold het niemendal en beefde hij niet terug voor het gevaarlijke werk, greep hij bedaard het steekmes, voelde kwansuis moedig of het niet haarde, zette zich schrap, terwijl Toon de koe bij de horens hield, den kop met alle macht stilhoudend

Zut — schuurde het mes langs het fas.

Krakend geweld — rang! Knappende touwen, het steekmes diep in de bloed-zijpelende wonde. Wreed gilde het dier, dol van pijn; éen lang-gerekte loei, huilde noodkrijtend door