Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogende, en, een kistje met twee-cents sigaren zijn bezoekers voorhoudende: „steek 'es op, heeren."

De hofmeester schonk een paar glaasjes van den granaatrooden bitter vol, en terwijl Floris een sigaar uit het kistje nam, zei hij: „nou, schenk mij dan ook nog maar 'es in, hofmeester, 't is toch voor t laatst. De Bie en Van Delder lieten zich nu ook inschenken, alle vijf staken hun sigaar op, en de kaptein, zijn glaasje opnemende, zei: „nou daar ga-je, m nheer Verkerk, op je gezegende aankomst." Er werd gedronken, allen deden een trekje aan hun sigaar, waardoor het kajuitje in eens vol walmende blauwe rook kwam, die optrok door het geopende bovenluik. Nu, op zijn verzoek door den kaptein aan Alfred Cluyver voorgesteld, vroeg Floris: „bent-u in Holland geboren, als ik vragen mag?"

„Hij in Holland geboren!" schaterlachte de „ouwe". „Hij is de reinste Turk!"

Door het lachproesten van den kaptein en het gepraat had de kanarievogel weer moed gekregen. Na een paar tsjilpen schalde hij opnieuw zijne geweldige rollers uit. „Neen," antwoordde Cluyver, vergenoegd glimlachende om de opmerking van kaptein Peters, „ik ben van ouder tot ouder Smyrnioot, maar toch Hollander."

„U spreekt zoo goed Hollandsch ....

„Dat het-ie an boord geleerd, as kleine snotaap al," viel kaptein Peters Floris in de rede, terwijl hij zijn glaasje ledigde.

Sluiten