is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel als hij er terugkwam, dat hij geen behoefte had aan meer. Zelfs vond hij de koele terughoudendheid van zijn grootvader Verkerk zoo geheel overeenkomstig diens streng en eerbiedwekkend gezicht en de lange zilveren lokken ; zoo van-zelfsprekend van een heer, die op een deftige gracht woonde, in een groot huis met een hoogen stoep, dat hem toebehoorde, en waarin hij alleen woonde met twee dochters en een oude meid, die Fietje heette. Een grootmoeder was daar niet, die was lang geleden gestorven, maar er waren twee tantes: tante Mina, die met Fietje het huishouden waarnam, een zachtgeaarde jonge vrouw met lange blonde krullen en een goedig glimlachenden mond en blauwe oogen, die heel even loensten, en een jongere tante Dora, die donkerder was, een jong meisje nog, een jaar of tien ouder dan hij. Tante Dora nam hem soms mee uit wandelen, maar dan moest hij handschoentjes aantrekken, en zij vermaande hem net te doen alsof hij Fransch sprak. Hij moest maar oui en non antwoorden, en zij zou Fransch spreken. Zij deed dat, merkte hij spoedig, om door de menschen op straat gehoord te worden, want zij was behaagzuchtig en keek erg naar de heeren. Heel aardig vond hij dat oui en non met de handschoentjes op straat niet, maar alles wat van dit nieuwe leven was, het leven in het groote huis, dat hij zeer voornaam dacht, op de deftige gracht, was hem als een vreemd sprookje, waarin zijne twee nieuwe tantes: tante Mina met de lange krullen, altijd bang dat hij