is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorbijganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet kwaad stond. — Geen betere familie in Smyrna dan de Torgau's, jammer dat die arme Elize zoolang bleef zitten: zij moest zich haasten indien zij nog met mooi weer wilde binnen komen. — Lize Torgau had bijzonder mooie oogen, jammer dat zij aan bloedarmoede scheen te lijden: ze waren wat fletsch, en ze mocht haar ooren en lippen wel een beetje bijkleuren, want die waren akelig bleek om aan te zien. — Op haar houding was niets aan te merken, inderdaad, men herkende er dadelijk la bonne race in; toch, gedécolleteerd deed zij zich niet op haar voordeeligste voor: haar huidskleur was onégaal. — Die arme Elize, altijd zoo in 't zwart: je moest hooren wat de Engelschen in Boenarbasji over haar te zeggen hadden, „sans le sou, mon cher

Hugh hoorde dat aan met zijn raadselachtigen glimlach, waarbij men nooit wist of hij zich links of rechts verkneuterde. O, wat een jongen was dat, die broer van haar! Mary had hem wel eens door elkaar willen schudden: er zat voor geen stuiver fut in. Indien het karaktergebrek harer moeder zijn oorzaak had gevonden in een te krachtig temperament, dan had zij daarvan, hoewel het gematigd was door de HollandschEngelsche koelheid haars vaders, nog genoeg over, om, evenals haar zuster, tien mannen tegelijk te dresseeren, indien hun karakter maar een houvast bood. Doch die jongen had niets van zijn moeder, behalve misschien zekere neiging tot perversie, maar die door gebrek aan geestkracht en verbeelding verder dan de neiging niet