Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo maar dadelijk op de veronderstelling kwam, dat hij weer beter was. Dat kwam omdat hij zoo luid had geroepen. Hij veinsde nog heel-zwak te zijn, beheerscht door het verlangen om verzorgd te worden. Ja zeker, hij had nog hulp noodig, hij was nog heelziek, Mlle Malise moest weer komen. „Of hij weer beter was?" Hij zei gemelijk, dat hij nog heelemaal niet beter was, en zich nog heel zwak voelde. Maar dat zeggen scheen weinig indruk te maken op de werkster: de dokter had gezegd, dat hij beter was, dat hij versterkende middelen moest hebben, en mocht opstaan. Wat 'n ongevoeligheid bij zoo'n mensch! Als hij nu zelf wist, dat hij niét beter was, niet kón opstaan. Hij zuchtte zwaar, hij steunde van pijn, hij had wel willen schreien. Mme Prat dribbelde nog even zijn slaapkamer door, zonder op hem te letten, en terwijl ze weer verdween om naar het keukentje te gaan, zei ze zoo onverschillig weg, alsof dat niet alles was wat hij op de wereld wenschte.

„Strakkies komt Mlle Rénouard u 'n kop bouillon brengen met 'n eitje: ik zal d'r zeggen, dat u wakker bent."

En daar lag hij nu, stil, zijn geluk van beter te zijn weer genietende, maar zich zwak voelende, heel zwak, heel ziek nog: Mlle Malise moest nog veel bij hem zitten, daar lag hij nu af te wachten, geduldig, als een zoet kind, tot het Mme Prat inviel heen te gaan en Mlle Malise te roepen. Die Mme Prat was zoo

Sluiten