is toegevoegd aan uw favorieten.

De droomers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gatief van God: de eigenaars op aarde zijn slechts de door Hem aangestelde rentmeesters, die het hun toevertrouwde goed moeten verantwoorden.

Toen er geen eigendom was kon ieder mensch God begrijpen en liefhebben; het eigendom maakt God onbegrijpelijk, en de priester neemt op zich God te verklaren. De eigenaars plaatsen zich tusschen den bodem en de beroofden, de priester tusschen de beroofden en God, en het eerste door hem uitgevaardigde dogma is de onbevlekte ontvangenis van den eigenaar. Deze list om de beroofden op een afstand te houden is nochtans onvoldoende, zoolang zij niet onderling verdeeld zijn. Ook daarvoor zorgt de priester: hij bedenkt kleine vleierijen om hen te bevredigen. „Wel beschouwd, zegt hij, zijn niet de eigenaars, niet de rijken de gunstelingen Gods, het zijn de beroofden, het zijn de armen. Dezen, wel is waar, ontberen hier op aarde .... maar, er is nog een ander leven, hiernamaals, het eeuwige leven, dat is voor de armen, met al zijne genietingen. * Ziedaar nu de bescheiden eigenaars tevreden met het vergankelijke aardsche goed, en de beroofden met het eeuwige hemelsche goed, hiernamaals. Bovendien, er zijn voor de beroofden nog enkele kleine belooningen hier op aarde: als zij den eigenaar helpen aan de ontginning van den bodem, aan de cultuur van het vee, ontvangen zij van hem een loon, o, een klein loon maar, immers, hoe grooter loon hoe meer aardsche genietingen, en hoe meer aardsche genietingen, hoe