is toegevoegd aan uw favorieten.

Warhold

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En om geen kortswijl en om geen beuzelingen verliet hij' haar, maar steeds tezamen zongen zij hun liefde uit tegen het daglicht der ramen, omhoog langs pijlers in de zaal en langs de dolle wentelingen der trap en in de steenen kamers, waar elk geluid terug geworpen wordt, en buiten in de gaarde, waar de zomer zich in feestviering gedroeg, de struiken in uitgelatenheid de paden overtraden, ze dekkend onder een bladerenrumoer, dat zich verheimelijkte met hun stemmen.

Zacht zong de stem zijner liefde en dan door hartstocht gedragen verhief zij zich; en zelfbewust en trotsch en koen even als een koning over een veroverd volk, ging Warhold over Jannes leven, die zwaar van liefde zich overgaf.

Zij reden samen uit naar de heeren in den omtrek, het hoofd vol schoone toespraken en de hand ongeduldig gereed, om door een overtuigend gebaar hun taal kracht bij te zetten.

Maar de heeren ontvingen hen met spottenden glimlach, daarbij hen gemoetend als twee gelieven, die van hun lieven getuigen willen, en als Warhold gewaagde van der heeren slechte houding, brachten deze weer hun beider liefde te berde, om hun aanklachten onwaardig te maken.

Als zij dan naar huis reden, werd het Warhold droevig te moede. Een smart zette zich in hem vast en zwol, zijn binnenste verstikkend tot een gevoel van wanhoop aan elke sterke gedachte,