is toegevoegd aan uw favorieten.

Aug. Vermeylen's verzamelde opstellen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toetssteen dienen. Dat Goethe's ItaliSnische R e i s e daar Reise nach Italien betiteld wordt zal wel een lapsus calami zijn; doch op menige plaats ontvang ik duidelijk den indruk, dat de heer Coopman, verslaggever, van schrijvers gewaagt, die hij met bizonder weinig aandacht heeft doorloopen; en met wat meer belezenheid had hij toch juister de gezagvoerende geesten, op wie hij zich beroept, kunnen uitkiezen. Om zoowat met jongere literatuur meê te doen rept hij van jacques Perk (niet Perck, zooals daar viermaal gedrukt staat): "had de heer Coopman — die töch nergens blijken van zeer verfijnd kunstgevoel geeft, — zelf kunnen ondervinden wat Perk eigenlijk is, hij zou met dat gevaarlijk voorbeeld niet spelen.

Hij merkt ergens op, dat »onze letteren snakken naar geleerde kritiek, die nieuwe paden opspoort en aanwijst", en elders: «onze letterkunde, die broodnoodige (sic) behoefte heeft aan onpartijdige en gezonde critiek", — doch bij hem struikelen wij weêr over al die onbepaalde of geijkte oordeelvellingen, gewone toevlucht van den Vlaamschen kriticus: het zal geen mensch meer verwonderen, dat Wazenaar geeselend striemt »als een Juvenalis", dat die of die novellist «smakelijk" vertelt, dat enkele zijner natuur-tafereeltjes «inlijsting verdienen", dat dit of dat versje «gelezen en herlezen zal worden", en dat de Penteekeningen van Dr. Snieders «wel degelijk pareltjes zijn" (van het zuiverste water). In dat «puik" verslag duikt nochtans — al krijgen wij die komische bewering ten beste: «Wij zetelen als rechter