Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ginds uit de blauwe stroomen Verrees een fier kasteel,

Met poorten en muren en tinnen En bolwerk en rondeel;

Vredig omkabbelde 't water Zijn eeuwentartenden voet;

Maar eens, ter middernacht sstonde, Verzonk het in den vloed.

Ter middernachtsstonde dreunden De tinnen en muren inéén;

Nog kolkt een peillooze diepte Waar 't statige slot verdween.

De wind doet de waatren ruischen Met klagende treurmelodij;

En huivrend schiet de visscher De somb're plek voorbij.

Sluiten