Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij 's werelds "achtste wonder" rijze Een glaspaleis — een wonder meê gekeurd,

Waar kunstenaar noch nucht're wijze Een lijn, een kleur, of een gedachte in speurt:

Nog zijt ge aan de' Aemstel neergezeten Als koningin, der Lage Landen kroon;

In 't stedenrijk Euroop vergeten,

Meer dan de heerlijkste dier steden schoon!

Of hoort het oor in uwe straten 't Geruisch van Hooft's en Vondel's treden niet

Moest niet de tijd er nagalm laten Van Breéro's taal en 't zang'rig IJstroomlied?

Of mogen daar de zonnestralen,

Als elders nooit! met Rembrandt's tooverlicht

Niet in een tintenweelde malen,

Die voor geen kleurenrijk Ausonië zwicht?

Of spreken niet uw stomme steenen Van lijdens-, stervensmoed, in brokk'lend puin

Van eene grootheid, lang verdwenen, In 't reuzenwerk van ongedeerd arduin ?

Sluiten