Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CORSICAANSCHE GASTVRIJHEID.

De nacht wordt van flikk'rende stralen doorkruist, De donder rolt, de regen bruist,

De stormwind huilt door dorrend loof,

De bergstroom buldert in de enge kloof.

De grijze Rocco, roerloos op wacht,

Staart somber in den somb'ren nacht;

En als dichter de vlagen langs 't venster gaan Jaagt telkens haar juilen een huivring hem aan.

" 'k Hoor stappen — de bode des bloeds is nabij!

Zijt gij het dan eind'lijk, Giuseppe? Niet hij. Hoe kruipt de tijd — het uur, hoe laat!

Toch daalde nooit voeglijker nacht voor de daad.

«7

Sluiten