is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

342

"Ga nogmaals," sprak de Nijlgodes, Die alle viervoet eer':

"Ja ga, getrouwe meesteres !

"Gij keert niet ledig weêr!"

Een oogwenk — en haar luid geklop Wekt vroolijk, metterhaast,

Heur sluimerende maagden op, Verbijsterd en verbaasd.

Maar ook, haar wacht een kostb're buit, Dies noopt ze en drijft en spoedt

En treedt, een zon! ter deuren uit, Der Zonne tegemoet.

Voorbij zijn storm en regenvlaag, Het najaar zelf verdween;

Een zefir, die haar roepstem draag', Speelt door haar lokken heen.

De muskadellen, aan den muur Gestoofd in zachten gloed,

Zij vindt ze, bij de donkre schuur, En daar — heur waardste goed.