is toegevoegd aan uw favorieten.

Dramatische werken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„hoe gelukkig ik ben. Juich en wees vroolijk je „vriend is op het toppunt van zijn geluk.' (Spreekt.) O, is hij op het toppunt van zijn geluk! O, laat ik juichen. (Met een zenuwachtigen schaterlach.) Ha, ha, ha, ik ben zoo vroolijk! God, ik ben zoo vroolijk! (Hij laat den brief vallen en barst in tranen uit) (na eene korte pauze, kalm.) Nu is het gedaan — uit alles

is uit. — En 't is goed, dat het uit is op het

toppunt van zijn geluk (Hij raapt den brief op.)

Wat schrijft hij verder? (Leest.) „Natuurlijk kom ik „dadelijk naar je toe; van avond nog ga ik op reis. „Donderdag kan ik in Interlaken zijn." (Spreekt.) Donderdag '? — Dat is vandaag! (Leest verder.) „Donderdag „kan ik in Interlaken zijn, om half vier met den trein „uit Bern. Zeg haar niets: ik wil haar verrassen — „niemand dan ik mag haar de blijde tijding meêdeelen.

„Nog één vriendendienst vraag ik je, en dat is de „laatste: zorg, dat ik haar om vier uur bij het witte „kruis alleen spreken kan." (Hij ziet op zijn horloge.) (Spreekt.) Nog juist bijtijds — 't is al over halfvier — elk oogenblik kan zij komen. (Na een oogenblik stilte, diep ontroerd.) De strijd is voorbij; — maar nooit zal iemand het weten wat hij mij gekost heeft.

(Hij gaat naar zijn ezel om zijne zaken op te bergen.)