Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van alle zielen voor God heeft op allerlei terrein haar invloed doen gelden, moet op nog allerlei terrein haar invloed oefenen gaan. Want het voorgaande bedoelt niet te zeggen, dat het met de openbaring van de krachten des Evangelies in orde is. Integendeel, allerlei daarvan sluimert nog of sluimert weder; het moet worden opgewekt; het moet tot ontplooiing komen.

Maar wel heeft het christendom, door de wereld gaande, almeer de gedachten en dan de daden veranderd; heeft het getoond, een socialen inhoud te bezitten. Harnack aarzelt zelfs niet, zich aldus uit te drukken,dat nooit, zelfs niet in het Boeddhisme, een godsdienst zoo krachtig is opgetreden met een sociale prediking en zoo zeer zichzelf daarmeê vereenzelvigd heeft als in het Evangelie. Men moet niet zeggen, dat het christendom óók solidariteit en hulp aan de ellendigen predikt, maar dat deze een wezenlijk stuk van den inhoud des Evangelies vormen. Met het »Heb uwen naaste lief als u-zelven« is een prediking gebracht, wier sociale beteekenis door geen andere kan worden overtroffen.

Maar wij behoeven niet te blijven bij deze aanduiding van de groote lijnen. In tweeërlei opzicht willen wij verder gaan.

Niet om volledig te zijn; want de gegevens, waarop het hier aankomt, zijn te vinden in de werken over kerkgeschiedenis en over de geschiedenis der maat-

Greece and Rome, and among the early Christians. Londen 1907. Met veel litteratuur-opgave. Uitvoerig besproken door dr. D. Plooy in De Nederlandsche Kerkbode van 19 October 1907.

*) Wesen des Christentums. S. 68 f.

Sluiten