is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijk sociale studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streed tegen Gods bezoekingx). Men vroeg stilheid, berusting van hem. Maar hij ging voort met zijn arbeid, zeggende, dat de cholera, als zij een bezoeking van God was, in elk geval een bezoeking om de morsigheid was; zoodat de bezoeking zou wijken, als de morsigheid week. Uitnemend gezegd en gehandeld. Het werk der chistelijke barmhartigheid regelt zich dan ook nooit naar deze opvatting van berusting. Indien aanwijsbaar is, dat een bepaald leed gevolg is van een bepaalde zonde, van onmatigheid of onzedelijkheid b.v., dan zal niet de christelijke liefde zich onttrekken, overtuigd, dat zij Gods bezoeking moet laten voortwerken en dus de armoe of de ziekte niet bestrijden mag. Maar zij zal zich opmaken tot betering. Waarom, als christelijke barmhartigheid lenigen mag, mag christelijk-sociale arbeid niet tot voorkomen en tot genezen zich opmaken?

Het geloof aan Gods voorzienigheid sluit het berusten in maatschappelijke misstanden niet in.

De derde vraag, die wij bezien, is deze: of niet in elk geval den christen berusting is geboden, omdat hij zich-zelf niet mag wreken, zich-zelf verloochent en zichzelf niet zoekt. Zal, wie deze overtuiging draagt, niet voortdurend daardoor worden belemmerd in zijn actief optreden? Maakt ten slotte de christelijke overtuiging niet weerloos en slap?

Hier is inderdaad een reeks teksten te noemen, waaruit wij een greep doen, om het probleem scherper voor ons te stellen.

') Aldus medegedeeld in Db Vries, Kingsley; blz. 1.