Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BiitiImage, m. het werken, bestrijken met jodenlijm; — me. m. jodenlijm, aardpek^ —minor, v. a. met jodenlijm bestrijken; —inineux, en»*, a. jodenlijmachtig, aai'dpekachtig.

Bi vat*, m. zie Bivonae.

Bivalve, a. (préf. bi et lat. valva, valve) tweeschalig; -, subst. m. schelpdier, schialdier met twee schalen.

Bivaquer, v. n. zie Bivouaquer.

Bi ven ii. m. winkelhaak, m.

u:.:,.;.» KUi«i a. waar twee wegen

zich scheiden. . .

Bivoie, f. plaats, waar twee wegen zich

scheiden, v. _,

Bivoiia <*, m. (all. bei, aupres; wache, ' "arde) buitengewone nachtwacht in een leger; open kamp in den nacht; feu de —, wmMp vuur; —quer, v. n. den ginschen nacht ondei het geweer staan; in de open lucht legeren.

Bizar||re, a. vreemd, wonderlijk,eigenzinnig; —reineiit. adv. wonderlijk, eigenzinnig; —rerie, f. vreemd, wonderlijk gedrag; eigenzinnigheid, v.

Bliirkboiiler, v. a. tegen iemand stemmen, deballoteeren mnt

maiarn, nnir, a. iuuumcu..61 —-

lila Kiir. f. tabakszak, m.; snoeverij, pocherij.

V h ut. m.: —Klier, V. n. diiwou,

v. a. bespotten; -gueur, m. euse. f. blutler

uiuister. , ,

Blai reau, m. das, m.; penseel van dassen-

haar; scheerkwastje. , . .

m hcrismnsr

niaill HIIIC, <*. UOItSfci.jn., -, • ----- « •->

laking, v.; blaam, m.; verwijt; rechterlijke vei-

1 »' ' ? _ / .... . \ hpricnpn.

maning; —er, v. a. vqn. 'i' "

laken, afkeuren, kwalijk nemen; eene rechter

liIKe vermaning kgvou. .

uiu.w. n. wit. blank, rein, niet

morsig;'lig. rein. onschuldig; Ter-—, blik:

° ' i ........li 911 VPIM7Al(1:

linge —, scnoon muien; m»"» » —'

billet —. niet (in de loterij); rnrdage on... .i ...i.. wiii(*lic. kaart zon-

ijeieeru wuwwcm, ...... -

der pop, prentje (kaartspel); flg. donner carte blanelie it qn., iem. volmacht geven, om in eene zaak naar goedvinden te handelen, .. ». _ nanht m * linlP

v.; iiiiii mnneiie, bih|»ciww

blanelie. halve noot (muziek), v.; il est de\eiiu

.... i:..ffU hü i« ynn wit als een

— ruiuuir iiii m«m. "*.i •" .

doek geworden; faire de» yeux —s. het wit van ziin oogen laten zien; cheveux nlanes,

grijze haren; page blanelie, onbescnreven, onbedrukte bladzijde, v.; gelee blanelie. rijm .... i i '...„é ki o* hl :i ik- bonnet.

n u, in.; r r»« • 7 . ,

'tij f>on 7iici« pn fifill broertie, 't is om het

even; magie blanelie, natuurlijke tooverkunst,

v.; ver» niane», njuiwu™ -------

blanelie. wit vleesch; vleesch van gevogelte, arme» blanelie», blank geweer (geen schiet:i _ h hfiRft. veel OD

KBWcci;; ■■ II «-wi p«ir» —, —j

ziin kerfstok: mie volx blanelie. eene hooge

stem; faire eliou zijn slag missen (bijeen spel); lig. zijn doel missen; eouper uil nrbre

• ^ " P J i •. i * Imnm hnUkan:

a — esuie, ai t iwui van

la eonpe a — e»toe, a — ètre, het hakken van

ai net uuuu . .. ...

■ u..nl>n m • hot wit* Witte

lliaiie, III. cuil Uiaimc,

verf, v.; soort van blanketsel; wit, waar men

naar schiet; zetinn, v.; wit stui up uc

■ . c i. ,i« i ..•» :^«rnoi«An nnnf.rnH.ri

vei oi nau vei wit pariet,

iemands naam geteekend staat (onbepaalde .. .i u. ,. .i rmr\)Al-tii 1/ï£> /waarnp. van o

\ ommunt;; aiivcicu «oiuomnjv v.. -----

deniers); Ie» —». de aanhangers van de Bourv ... ».,.„i!„in«. nanrhp.t.wit.scnieten:

fig. de but en —, onbedacht, zonder nadenken; parler de but en —, onbedacht, in 't wild spreken; regarder qn. dan» Ie — de» yeux,

iemand strak aanzien; rougir jusqu aii — de» yeux, tot over de ooren rood worden;

— d'flruf, eiwit; —-Rlia»l». witte zalf, v.;

— de baleine. sperma ceti, (vette stof, welke uit de hersenen van den potvisch getrokken wordt): il a gelé <«) het heeft gerijpt; ehaufTer a —, witgloeiend maken; til er a —, schieten zonder kogel; uil magasin de —, een magazijn van witte goederen; lai»»er en —. adv. onbeschreven, open laten; — de zine, zinkwit; — de ebaux, kalkmelk, v.; — d'Kspagne. Spaansch krijt; — de eeru»e, loodwit: —bee, vlasbaard, melkmuil; pl. de» blaiieM-hee».

Blane-aiine, m. meelbesseboom, m. Blane-eul. m. bloedvink, m. ....

Blaneliriille. f. allerhande kleine witvisch, als lokaas.

Blaneliard, m. Afrikaansche arend, m. BlaneliAtre, a. witachtig.

Blaneh e. f. halve noot; kaart zonder beeld, v.; witte biljartbal, m.; — ement, adv. witjes, schoon; —er, m. leèrbereider, leerlooier van kleine vellen; —erie. i»»erie, f. bleekerij, bleek, v., bleekveld; blikslagershamer. m.;

et. m. grijs wollen stof; spruw (mondziekte;

miignet); filtreerdoek, m.; witte wollen doek tusschen het timpaan en de bom van de drukpers; —ette. f. veldsalade, veldlatuw, v.; —e,,r» f. witheid, witte verf, v.; —ie. f. witgeschaafde plank, v.; — iinent. m. het bleeken, wit maken; het witten, pleisteren; wit koken (van zilver-

■ werk); vertinnen; plaats, waar men de muntstukken wit kookt, v.; wijnsteen water der

i goudsmeden om het zilverwerk wit te koken; ; — ir, v. a. witten, pleisteren; bleeken, reini; gen, wasschen; wit branden; wit koken;

■ vertinnen; schoon vijlen; zuiver afschaven, - glad schaven; — qn., iemand bewasschen; p fii\ iemands onschuld aantoonen;

. blanehi et nourri. in den kost en in de , wasch zijn; eette feinine nou» blanenit, p deze vrouw wascht voor ons; — de» leguine». i groenten in kokend water afkoken; —, v. n. ï wit worden, grijze haren krijgen: ng. ne laire

l q(|P vruchteloos zijn, niets uitrichten; »e —.

i, zich wit maken, zich blanketten; lig. zich van

blaam zuiveren; —i»»age. m. uiwmu8i sching, v.; bleekloon, waschloon; Ie — u»e beaneaiip Ie linge. het linnengoed slijt zeer door 't wasschen: uiettre Ie linge au —, het

linnen in de wascn auen.

Blanehi» sage, m. het wasschen, bleeken van linnengoed; zuivering van suiker; —sant.

• 7 i i. ui^„i,„..rl • cnhnimpnir

te, a. Wit rnuKeuu; uicci\cuu, /

—serie, bieeiterij, v.; wascuuuia,

—»enr, m. euse, f. wasscher, bleeker; waschvrouw, bleekster; witter, pleisteraar; fig. fam. purtrr le «leiiil <le »» vuil linnen

dragen; -xure. f. het wit worden.

Blallclia>livrier, m. maker (eit verkooper) van scherpe stalen werktuigen.

Blniiri-inanvrr, m. soort van toespijs met amandelen, melk, enz., v.; pl. <le» blniH1»inaiiEerH; —mauteau, m. witmantel, zekere Pariische monnik; —-Kliawi» (pr. Ice) ou raiHlii, m. zekere witte zalf, uit was, olie, loodwit en kamfer, v.; —mi pIIc. m. papier, waarop niets dan het zegel van een' vorst staat, en dat gewoonlijk tot volmacht dient; —seing. m. blank papier,

Sluiten